1601, 2026

Minister met 2 petten

16 januari 26|

Met enige verbazing las ik dat ‘ niets ‘ zeggende artikel nopens drinkwaterkwaliteit tot het ‘alles’  zeggende laatste lijntje.
Met een minister met twee petten op is het inderdaad heel lastig om daar iets aan te doen.
Vervuiling is ook lastig om te (h)erkennen en moeilijk om de zaken te benoemen zoals ze zijn , trouwens PFAS is daar ook een onderdeel van .. .

Carlos Pollet

1601, 2026

Ons leidingwater smaakt naar twijfel

16 januari 26|

Elke keer wanneer de discussie opduikt over het verhogen van toegelaten pesticidenormen, klinkt hetzelfde geruststellende refrein: alles blijft binnen de veiligheidsmarges. Het is een taal die vertrouwen moet wekken, maar die in werkelijkheid vooral één ding doet: ze verdooft onze alertheid.
Ook vandaag, in de discussie over hogere normen voor schimmelbestrijders in en rond kwetsbare water- en natuurgebieden zoals WPC De Blankaart, wordt opnieuw verwezen naar wetenschappelijke modellen, afzonderlijke drempelwaarden en zogenaamd verwaarloosbare risico’s. Alsof we niets geleerd hebben van de vorige eeuw. De geschiedenis van pesticiden is nochtans ondubbelzinnig. Middelen die ooit als veilig, noodzakelijk en vooruitstrevend werden gepresenteerd: DDT, lindaan, atrazine, parathion, chloorpyrifos, neonicotinoïden, bleken achteraf hormoonverstorend, neurotoxisch, kankerverwekkend of desastreus voor ecosystemen. Ze werden uiteindelijk verboden. Steeds opnieuw kwam het besef pas nadat de schade al was aangericht. Steeds opnieuw bleek voorzichtigheid geen overdreven luxe, maar een gemiste kans.
Wat het huidige debat extra zorgwekkend maakt, is dat het zich focust op één stof tegelijk, terwijl het echte probleem elders ligt. In het milieu komen pesticiden nooit alleen voor. Ze stapelen zich op, mengen zich met andere chemische stoffen, blijven jarenlang aanwezig in water en bodem en vinden uiteindelijk hun weg naar het menselijk lichaam. Het klassieke idee dat “de dosis het gif maakt” faalt volledig wanneer we te maken hebben met hormoonverstorende stoffen en chronische blootstelling aan lage dosissen. Volgens de openbare gegevens worden van zowat 70 soorten pesticiden residu’s gevonden in het water van het WPC de Blankaart.
De vraag die nauwelijks wordt gesteld, is nochtans cruciaal: wat is het cumulatieve effect van al die verschillende pesticiden, schimmelbestrijders en andere chemische stoffen samen? Niemand kan daar vandaag een eerlijk en volledig antwoord op geven. En precies daarom zou voorzichtigheid het uitgangspunt moeten zijn, niet normverhoging.
Watergebieden zoals de Blankaart zijn geen laboratoria waar we achteraf wel zullen zien wat de gevolgen zijn. Ze zijn essentieel voor biodiversiteit, voor waterkwaliteit en voor de gezondheid van mensen. Net daar de lat lager leggen, is een signaal dat moeilijk te rijmen valt met verantwoordelijk beleid.
De verantwoordelijke schepenen in Diksmuide zeggen dat zij in alle vertrouwen nog leidingwater drinken. Wel, ik niet. Ik vertrouw dat niet meer. De geschiedenis zou ons al lessen genoeg gegeven moeten hebben op het vlak van zogezegd veilige pesticiden. Om dan nog te zwijgen over het angstaanjagende raadsel van het cumulatieve effect van al die pesticiden.
Met ‘de wetenschap’ zwaaien als verantwoording voor bijvoorbeeld het verhogen van de norm voor bepaalde residu’s is ook onkuis. De wetenschap weet op vandaag helemaal niet wat het effect is van veel van die ‘nieuwe pesticiden op langere termijn.  En om nog eens een stok in het hoenderhok te gooien, tot slot nog een statement: ondanks de grote vragen rond al die residu’s in het leidingwater levert men op vandaag nog al dat water aan de burgers om de eenvoudige reden dat er voorlopig gewoon geen alternatief is. Ik schreef 30 jaar geleden al dat water het nieuwe goud zou worden en ik ga verdomme nog gelijk krijgen ook.

Peter Bossu

1501, 2026

Mercosur vraagt meer dan slogans: wat kan een stad als Diksmuide wél doen?

15 januari 26|

De onrust bij landbouwers over het Mercosur-handelsakkoord is begrijpelijk. Het dossier raakt aan terechte zorgen: een ongelijk speelveld, strengere normen hier en soepelere regels elders, stijgende kosten en dalende marges. Dat landbouwers hun stem laten horen, is legitiem. Wie voedsel produceert, mag gehoord worden.
Maar wie het debat eerlijk wil voeren, moet verder durven kijken dan slogans en emoties. Want Mercosur is niet de oorzaak van de problemen in de landbouw. Het is een symptoom van een systeem dat al jaren kraakt.
En het probleem gaat dieper dan import alleen. We hebben onze landbouw zelf vastgezet in een systeem van lage prijzen en hoge volumes. Dat is geen fout van de boer, maar het resultaat van jarenlang beleid waarin schaalvergroting en export centraal stonden, terwijl eerlijke prijzen uitbleven. In zo’n model wordt elke internationale handelsdeal automatisch een bedreiging, omdat de marges al tot op het bot zijn uitgehold.
Dat verklaart de boosheid, maar het mag het debat niet doen ontsporen. Protest is een democratisch recht. Tegelijk kunnen acties die gepaard gaan met agressie, intimidatie of buitensporige overlast het maatschappelijk draagvlak ondermijnen. Respect werkt in twee richtingen: wie begrip vraagt, moet het ook tonen. De landbouw verdient steun, geen polarisatie.
Het Mercosur-akkoord wordt onderhandeld op Europees niveau en beslist binnen de Europese Unie, met instemming van de lidstaten. Vlaanderen zit daar niet aan tafel. Maar dat ontslaat lokale besturen niet van verantwoordelijkheid. Integendeel: net lokaal kan beleid het verschil maken.
Diksmuide beschikt vandaag al over sterke lokale troeven. Met een van de grootste markten van het land en een bestaande boerenmarkt is er een uniek platform waar producent en consument elkaar rechtstreeks ontmoeten. Door die marktwerking verder te versterken en meer ruimte te geven aan lokale en seizoensgebonden producten, kan Diksmuide haar rol als schakel in de korte keten verder uitbouwen. Dat is geen symboliek, maar een concrete manier om landbouwers meer grip te geven op hun afzet en hun prijs, terwijl inwoners weten wat ze eten.
Ook gemeentelijke aankopen – voor scholen, zorginstellingen en evenementen – kunnen bewuster lokaal worden georganiseerd. Zulke keuzes ondersteunen de lokale economie zonder extra druk te leggen op milieu of ruimte, en versterken tegelijk het vertrouwen tussen producent en consument.
Daarnaast kan Diksmuide het belang van landbouw ook zichtbaarder en tastbaarder maken in de publieke ruimte. Door sterker in te zetten op haar historische identiteit als boter- en kaasstad, kan de stad landbouw opnieuw een centrale plaats geven in het dagelijkse leven. Een belevingsruimte rond “Boter en Kaas”, zoals perfect mogelijk is in het Polderpand, kan landbouw, geschiedenis en korte keten samenbrengen en versterken.
Ook de Boterhalle biedt kansen om opnieuw uit te groeien tot meer dan een handelsplek. Als overdekte markthal kan zij opnieuw een plaats worden waar landbouwers, inwoners en bezoekers elkaar ontmoeten. Niet alleen om te kopen en verkopen, maar ook om gesprekken te voeren, verbondenheid te creëren en sfeer te brengen in de binnenstad. Een wekelijks terugkerende streekproductenmarkt kan zo bijdragen aan meer levendigheid en tegelijk de lokale horeca en winkels versterken.
Tot slot verdient ook de jaarlijkse fairtrade markt een sterkere ondersteuning. Door deze markt verder te laten uitgroeien tot een volwaardig evenement, met meer ruimte voor lokale landbouwers en producenten, kan Diksmuide tonen dat eerlijke handel en lokale landbouw geen tegenpolen zijn, maar elkaar net versterken.
Ruimtelijk beleid vraagt in een stad als Diksmuide om evenwicht. Open ruimte is schaars en vervult meerdere functies: voedselproductie, natuur, waterbeheer en leefkwaliteit. Dat betekent dat keuzes niet mogen vertrekken vanuit één belang, maar vanuit het geheel. Zowel landbouwinitiatieven als natuurversterkende projecten verdienen duidelijke, voorspelbare regels die ondersteunen in plaats van afremmen. Complexe procedures helpen niemand vooruit.
Dit is geen ideologisch debat, maar een praktische keuze. Wie boeren echt wil beschermen, moet hen uit de ratrace van lage prijzen en hoge volumes halen. Dat doe je niet met angstbeelden over import, maar met een landbouwmodel dat vertrekt van kwaliteit, transparantie en nabijheid.
Dat vraagt ook eerlijkheid over verantwoordelijkheid. Handelsakkoorden worden Europees beslist, maar nationale en regionale beleidskeuzes bepalen hoe kwetsbaar onze landbouw is wanneer zulke akkoorden op tafel komen. Woorden alleen volstaan niet. Als steun aan landbouwers ernstig wordt genomen, moeten daar ook consequente keuzes tegenover staan.
Diksmuide Voorop kiest daarom niet voor tegenstellingen, maar voor richting. Niet tegen handel, wel voor eerlijke spelregels. Niet tegen landbouwers, wel tegen een systeem dat hen uitperst. Niet voor slogans, maar voor oplossingen die lokaal verschil maken.
Wie zegt dat lokaal niets kan, verschuilt zich achter bevoegdheden. Men moet ervoor kiezen om verantwoordelijkheid te nemen, precies daar waar het verschil voelbaar is.
Wie landbouw wil redden met slogans, helpt niemand vooruit. Alleen beleid dat inzet op kwaliteit, nabijheid en evenwicht kan boeren én inwoners perspectief geven.

Günther Claes
Diksmuide Voorop

2912, 2025

Ook hondenpoep in de deelgemeenten

29 december 25|

Wij vinden dat fantastisch deze hondenpoepzuilen, maar ook in de deelgemeenten is er last van hondenpoep en daar kan men nergens terecht.  Zo zien we in Leke dat het Canadaplein en de omgeving pastorie veel misbruikt wordt om er hondenpoep achter te laten of de hondenpoep met plastiek zakje en al in de haag te zwieren… kwestie om er vanaf te zijn tijdens de wandeling met hun viervoeter.
Men zou tenminste 25 zuilen moeten voorzien, zodat niet altijd alles in het centrum terecht komt.

Ludwig Vandenbussche

1912, 2025

Weigering PFAS-lozing bevestigt nood aan streng en consequent bronbeleid rond de Blankaart

19 december 25|

De beslissing van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns om geen vergunning te verlenen voor de lozing van afvalwater met PFAS in de IJzer is volgens Diksmuide Voorop een juiste en noodzakelijke stap voor de bescherming van het drinkwater in onze regio. In een beschermd drinkwatergebied zoals dat van de Blankaart moet het voorzorgsprincipe altijd primeren.
De minister stelde duidelijk dat onvoldoende kon worden aangetoond dat de lozing geen risico vormt voor de drinkwaterproductie. Volgens Diksmuide Voorop bevestigt deze beslissing wat al langer duidelijk is: zolang er twijfel bestaat over mogelijke gevolgen voor het drinkwater, mogen geen uitzonderingen worden toegestaan. Waakzaamheid is geen paniekzaaierij, maar gezond verstand. In een drinkwatergebied mag er geen grijze zone bestaan. Wie wil lozen, moet onomstotelijk bewijzen dat er geen enkel risico is – vandaag niet en morgen niet.
Het dossier rond waterkwaliteit en lozingen in het Blankaartgebied wordt al geruime tijd inhoudelijk opgevolgd door Günther Claes, lid van Diksmuide Voorop. Hij bracht de problematiek herhaaldelijk onder de aandacht, zowel via publieke opiniestukken als binnen de milieuraad, waar hij consequent pleitte voor een voorzorgsgerichte aanpak en transparante communicatie op basis van officiële cijfers. De recente weigering van de vergunning wordt door Diksmuide Voorop gezien als een bevestiging dat die bezorgdheden terecht waren en ernstig genomen moeten worden.
Volgens Diksmuide Voorop past deze beslissing in een ruimer kader. Het Blankaartgebied staat al langer onder druk en dat vraagt om een consequent beleid dat inzet op bronbescherming, in plaats van het versoepelen van normen om problemen te verdoezelen. Het kraanwater is vandaag veilig dankzij intensieve zuivering, maar dat mag geen excuus zijn om risico’s te blijven opstapelen. Waterbescherming begint niet aan de kraan, maar aan de bron.
Diksmuide Voorop benadrukt dat waterkwaliteit een gedeelde verantwoordelijkheid is. Landbouwers, industrie en overheid maken deel uit van hetzelfde watersysteem. De beweging erkent dat veel landbouwers vandaag al inspanningen leveren om hun impact te beperken. Tegelijk blijft de basisregel voor iedereen dezelfde: in een beschermd drinkwatergebied mogen geen activiteiten worden toegestaan zolang er twijfel bestaat over de gevolgen voor mens en milieu.
Diksmuide Voorop hoopt dat deze beslissing een duidelijk signaal is voor de toekomst. De gezondheid van mensen en de bescherming van onze leefomgeving moeten altijd primeren. Deze keuze toont dat dat ook kan, wanneer men consequent durft te zijn.

Diksmuide Voorop
Günther Claes

Ga naar de bovenkant