Polderbestuur versus Provinciebestuur
Het is altijd goed na te denken over efficiëntie en daadkracht van openbare besturen. Zo oppert gewezen collega-provincieraadslid E. De Keyser het idee om komaf te maken met de polderbesturen.
Er zijn in West-Vlaanderen nog 6 polders. In 1940 waren er 35 polders. Die polders zijn historisch gegroeid en zorgden te lande voor de waterhuishouding. Er is dus in die tijdspanne heel wat gefusioneerd.
Fusies van polders kunnen we zeker toejuichen (recent De Moeren met de Noordwatering). We stellen wel dat waterbeheersing zeer grondgebonden materie is en dat het aansturen van beheerswerken best lokaal kan gebeuren. De kennis en expertise ter plaatse mag niet verloren gaan. Polders zijn nu eenmaal zeer kwetsbare gebieden. Polderbesturen zijn samengesteld uit lokale deskundigen, geen ambtenaren, maar mensen vanop het terrein die voeling hebben met de materie. De vergoeding die ze daarvoor krijgen is te verwaarlozen t.o.v. hun inspanning en behoort eigenlijk tot de noemer ‘vrijwilligerswerk’. De overheadslast van zo’n bestuur is eigenlijk ook verwaarloosbaar. Beter zou de heer De Keyser eens nadenken over het afschaffen van het provinciale bestuursniveau. Voor alle duidelijkheid, we hebben het niet over het afschaffen van West-Vlaanderen, maar wel van het bestuur. Er kan hier een besparing teweeggebracht worden die meer dan een veelvoud van alle watergeschotten kan opbrengen. En als we de logica van de heer De Keyser dan extrapoleren: gedaan ook met de provinciebelastingen!
‘Ontpolderen’ is ook een relatief begrip: het is niet omdat er nu bedrijven staan op een terrein dat voorheen landbouwgrond was, dat het niet de polder is die uiteindelijk zorgt voor de waterafvoer verderop. Het is wel juist dat de polders van oorsprong vooral ten dienste stonden van de landbouw, de landbouw die uiteraard nog altijd de grootste bijdrage levert aan polderbelastingen. Maar heel wat agrarisch gebied heeft een andere bestemming gekregen. De waterhuishouding in die gebieden is er nu nog complexer op geworden. En toch horen we daar niemand klagen van natte voetjes.
Wie in 2018 de 5 infoavonden ‘over natjes en droogjes in de Westhoek’ heeft gevolgd, heeft geleerd dat de polderbesturen een perfecte plaats innemen in het kader van het integraal waterbeheer. Ten bewijze ook het volgende: in West-Vlaanderen hebben we in 2014 en 2016 te maken gehad met zware wateroverlast, maar nooit echt in de poldergebieden, hoewel de waterbeheersing gezien hun ligging ten aanzien van de zeespiegel toch wel het moeilijkst te regelen is. Kom het maar tegen dat je meubelen een halve meter in het water staan. Betalen van een polderbelasting is te verwaarlozen ten aanzien van de miserie die je daardoor kunt vermijden.
Luc Coupillie
Provincieraadslid voor N-VA
De landbouw moet uit de wurggreep van steeds groter om nog toekomst te hebben
Volgens de berichtgeving op eDiksmuide breekt schepen van onder meer milieu Marc Deprez een lans voor de industriële veehouderij. Volgens Marc Deprez is er geen toekomst meer voor de kleine familiale landbouwbedrijven, wel voor industriële bedrijven. Dit zijn niet alleen straffe uitspraken voor een sociaal-liberaal, maar vooral voor een actief lid van het ABS, (Algemeen BoerenSyndicaat), de landbouworganisatie die al jaren opkomt voor de familiebedrijven en zich zo vaak hard opstelde tegen het grote Boerenbond-imperium. Naar mijn mening is het ABS-statement voor de verdediging van familiale landbouwbedrijven nog altijd heel terecht, maar soit.
Misschien is het sommige familiale landbouwbedrijven ook een kleine troost: ik deel de bovenstaande stelling van de schepen pro industriële veehouderij niet. Ik denk dat de problemen én de toekomst voor onze landbouw elders zitten dan als oplossing alles overgeven aan de grootindustrie en de banken.
De kern
De landbouw heeft grote gevolgen op onze volksgezondheid, de natuur, het landschap en het inkomen van velen. Niemand kan daar rond. Ik ben een sociale, maar heel overtuigde ecologist. Ik kom op voor het algemeen belang en wil niet dat mensen in miserie terecht komen of dat nu een boer, een arbeider of iemand is die plots en lang ziek valt. Het voorbije jaar heb ik samen met sp.a-voorzitter John Crombez, samen met raadslid Bieke Moerman in alle stilte tientallen land- en tuinbouwbedrijven bezocht. We hebben daarbij vooral geluisterd en gekeken met als doel te leren en de ervaringen te gebruiken voor ons programma dat heel binnenkort voorgesteld wordt. We stonden versteld van de vele visies en innovaties die land- en tuinbouwers uitbouwen, vaak haaks en weerbarstig tegen de grootindustrie en de eenheidsworst. Bijna keer op keer hoorden we ook de roep naar verandering, de wurgende druk vanuit de banken om altijd maar groter te worden en dus dieper in de schulden te kruipen, het probleem van voldoende grond en het falende mestbeleid. Onze belangrijkste conclusies in halve telegramstijl:
Het Vlaams mestbeleid faalt
Vlaams parlementslid Bruno Tobback volgt het Vlaams mestbeleid al vele jaren van heel dichtbij. Toen hij
Milieubewuste landbouwers
Er is blijkbaar wat commotie ontstaan over de grote hoeveelheid landbouwplastiek die door de landbouwers werd binnengebracht tijdens de laatste inzamelactie op het containerpark.
Als rundveehouder maak ik net als vele milieubewuste collega-landbouwers al vele jaren gebruik van de mogelijkheid om de landbouwplastiek naar het recyclagepark te brengen om vervolgens door een verwerkingsfirma opgehaald te worden en terug te verwerken. Het is dan ook al meerdere jaren een mooi initiatief van de milieudienst en de dienst landbouw van Diksmuide ten gunste van de landbouwers maar tevens een heel goede en positieve zaak voor het milieu dat er zoveel plastiek door de landbouwers word binnengebracht en ingezameld.Tegenstrijdig hebben de landbouwers alvast te maken met het vele zwerfvuil (blik,plastiek flessen e.d.) dat men terug vindt op de randen van hun akkers en weiden. Dit even ter zijde .Men onderscheidt 3 soorten plastiek die afzonderlijk worden gesorteerd. Enerzijds hebben we de dikkere kuilfolie van op de ruwvoedersilo’s en de lichte wikkelfolie van de graspakken die meerdere rundveehouders binnenbrengen, die zijn beiden gemakkelijk en gratis recycleerbaar en daarnaast is er nog de( zware) grondfolie van op de courgettevelden van enkele (industriële) groentekwekers uit Diksmuide(?) .
Wat het grote aanbod aan landbouwplastiek betreft vind ik dat wanneer men zonder enige identiteitscontrole bij de ingang van het containerpark, onbeperkt en gratis grondfolie van de vele ha courgettes kan aanbrengen, de deur wagenwijd openzet voor wat nu gebeurd is.Namelijk “gesjoemel” . Een grote hoeveelheid grondplastiek die meestal machinaal word opgerold, waar dikwijls nog een deel natte aarde aan kleeft ,die weegt als lood , bijna niet meer te verwerken valt en waar nu blijkbaar een flink kostenplaatje aan vast hangt werd kosteloos binnengebracht door de groententelers.Naast misschien een paar (sjoemelende) groententelers is naar mijn mening hier duidelijk ook het beleid in de fout gegaan .Wie zich hiervoor aangesproken mag voelen laat ik in het midden .Is het de milieudienst ,de dienst landbouw,de toenmalige schepen van milieu of de schepen van landbouw? Of is het een gedeelde verantwoordelijkheid ? Dit mag alvast in de toekomst niet meer gebeuren en hopelijk heeft de nieuwe beleidsploeg hierbij lessen getrokken uit het verleden .Het kan niet dat de vele milieubewuste landbouwers en de belastingbetaler de dupe worden van het hele verhaal .Geen dure cameratoestanden zoals gevraagd maar simpelweg een gerichte identiteitscontrole waarbij de aanwezigheden worden genoteerd bij het binnenbrengen van de plastiek op het containerpark. Het zelf betalen van de verwerkingskost voor wie nog grondplastiek wil binnenbrengen en daarnaast nog iemand van de landbouwraad die vele landbouwers uit Diksmuide kent en die aanwezig is tijdens de inzamelactie zodat die een oogje in het zeil kan houden of alles volgens het boekje verloopt kunnen hier zeker toe bijdragen.
Johan Debruyne
Diksmuide anno 2019
In de twee inzamelingen van landbouwfolie die verleden jaar in Diksmuide plaatsvonden werd niet minder dan 290000 kg.aangebracht. Een grote verhoging bij andere jaren en een immense aanslag op het milieu.
Volgens schepen Obin zou het over een paar enkelingen gaan, wiens identiteit men niet kon achterhalen, die voor deze grote hoeveelheid zorgden.
Daar iedereen in het containerpark zijn identiteitskaart moet inbrengen zorgt dit toch voor bedenkingen. Hier is dus duidelijk de Diksmuidse belastingbetaler de pineut.
De vraag van raadslid Vanlerberghe om in het nieuw containerpark een camera te plaatsen om dergelijke toestanden in de toekomst te voorkomen werd afgewimpeld.
Als heel schril contrast vind men het veel belangrijker om ,ondanks het geen enkel invloed op het milieu of stadskas heeft,een gas-boete van liefst 350 € in te voeren voor wie op een openbare plaats en weg alcohol verbruikt.
Hiermee wil men vooral een vijftal personen aanpakken die soms in het stadspark wat alcohol verbruiken. Mensen die minderbedeeld zijn en hun geen cafébezoek kunnen permitteren. Deze mensen hebben nog nooit iemand fysiek bedreigd of iemand lastig gevallen maar worden door deze maatregel nog méér de marginaliteit ingeduwd. Zal men ook een landbouwer beboeten die in de zomer zijn boterhammen aan de rand van het veld opeet onder het nuttigen van een biertje?
En zo worden we op de eerste gemeenteraad,door deze twee contrasterende feiten,met de neus op de feiten gedrukt wat we van deze coalitie mogen verwachten.
Johny Hemelsoen
Veiligheidsvoorschriften? Niet voor ons
Wat daar vanmorgen (29/01/2019) te zien was bovenop nieuwbouw sporthalle-daken in de Pluimstraat in Diksmuide, was wraakroepend met de veiligheidsreglementen.
Iemand zien naar beneden glijden naar boord bij aanbrengen van bijkomend materiaal, voor welke reden? Na nazicht daken bij afgelopen storm, waren duidelijk foto’s aan het maken vooraf. Zonder hoofdbescherming op en lopend wegens tijdsgebrek en/of zonder toezicht ? Deze namiddag toch hulp bijgekomen met kraan.
Eddy Vermote


