ediksmuide_grote_markt“Diksmuidenaars”, zo blokletterde vorige week nog een dagblad.  Het deed menig Diksmuidse wenkbrauw fronsen.  Zijn de Diksmuidse inwoners dan niet Diksmuidelingen, zoals men ook Bruggelingen en Ieperlingen heeft?  Het is een vraag die even vaak de kop opsteekt als dat “Diksmuidenaar” wordt gebruikt.  Wij gingen het vragen aan Herman Demoen, auteur van “Het Diksmuidse van toen” en notoir Diksmuide-kenner.  En jawel, zowel Diksmuideling als Diksmuidenaar kunnen voor hem gebruikt worden.

Herman Demoen schreef reeds in 1997 een bijdrage in de knipselkrant van de Diksmuidse VVV en Gidsen “Fikkaloone” waarvan destijds wijlen Antoon Nuyttens de bezieler was.  Ook daarin bevestigde Herman Demoen dat iemand van Diksmuide, de recente inwijkeling niet te na gesproken, overtuigd is dat het Diksmuideling is, zoals het ook  Ieperlingen en Bruggelingen zijn.  Maar wordt over het bestaansrecht van Ieperlingen of Bruggelingen niet gediscussieerd, over die van Diksmuideling of Diksmuidenaar dus des te meer.

Ook al is menig Diksmuids inwoner overtuigd dat het wel degelijk Diksmuideling is, toch moest Herman Demoen in zijn bijdrage in Fikkaloone erop wijzen, met spijt voor wie ’t benijdt zoals hij het zelf omschreef, dat in 1879 de benaming “Diksmuidenaar” dan toch “in” is geweest want in oktober van dat jaar verscheen het eerste nummer van het lokale liberale weekblad “De Dixmudenaar”. Voor Herman Demoen lijkt het onwaarschijnlijk dat de oprichters van dit blad niet de toen meest officiële gangbare benaming hebben gekozen.  Opvallend is ook nog dat auteur Robert Pieters in zijn bekende “Geschiedenis van Dixmude” uit 1885 het ook steevast had over Dixmudenaars in plaats van over Diksmuidelingen.

Herman Demoen is ervan overtuigd dat in administratieve taal en geschriften het meest de aanduiding Diksmuidenaar werd gebruikt en dat Diksmuideling vooral gezocht moet worden in de lokale gesproken volkse taal.   In zijn eigen “Het Diksmuidse van toen” heeft Herman Demoen het dan wel weer steevast over de “Diksmuidelingen”.  De verklaring hiervoor moet volgens de auteur gezocht worden bij het feit dat hij in zijn boek het dagelijks leven in Diksmuide wou omschrijven.

Tot slot.  Van een Diksmuidse familie die hier sinds generaties woont zal men zeggen “’t zijn echte Diksmuidelingen” en niet Diksmuidenaren.  ’t Zou vloeken, zo stelt Herman Demoen of … zouden de inwoners van Diksmuide zich misschien heel lang geleden hebben willen voegen onder die andere grootste steden van West-Vlaanderen Brugge en Ieper zo besluit Herman nog met een knipoog. (DLD)