Gevolgen van de aanwezigheid van 85.000 kippen
Er is in Diksmuide heel wat belangstelling voor het openbaar onderzoek rond de nieuwe kippenkwekerij die er gepland is in de Galileistraat 10.
Een veelgestelde vraag van inwoners: “Wat betekent het concreet dat er 85.000 kippen zullen worden gekweekt over 7 cycli per jaar?”
Om dat inzichtelijk te maken, heb ik de logistiek op een rij gezet.
De cijfers achter de stal
- Kuikens: Voor elke ronde (er zijn 7 cycli) komen er 85.000 kuikentjes aan. Met een vrachtwagen van 7,5 ton betekent dit 2 vrachtwagens per ronde. 7 cycli is 595.000 kuikentjes en 14 vrachtwagens per jaar.
- Strooisel: Om de stallen comfortabel te maken, is ongeveer 32 Ton strooisel nodig, ook goed voor 2 vrachtwagens per ronde. 7 cycli is 224 Ton en 14 vrachtwagens per jaar.
- Voer: Elke kip krijgt per ronde ongeveer 4 kg voer, wat totaal 340 ton kippenvoer betekent. Met vrachtwagens van 25 ton zijn dat 14 vrachtwagens per ronde. 7 cycli is 2380 Ton en 98 vrachtwagens per jaar.
- Slachtrijpe kippen: Ongeveer 80.000 kippen verlaten de stal richting slachthuis. Bij een gewicht van 2,2 kg per kip en trailers van 8.000 kippen, zijn dit 10 vrachtwagens per ronde. 7 cycli is 560.000 kippen en 70 vrachtwagens per jaar.
- Mest en gebruikt strooisel: De kippen produceren samen zo’n 280 ton mest en gebruikt strooisel per ronde, wat 11 vrachtwagens per ronde betekent. 7 cycli is 1960 Ton en 77 vrachtwagens per jaar.
- Kadavers: Helaas sterven er ook kippen; per ronde zijn dat ≈ 4.000 stuks, goed voor 2 vrachtwagens. 7 cycli is 28.000 stuks en 14 vrachtwagens per jaar.
- Diesel: Voor de machines en verwarming is zo’n 5.100 liter diesel per ronde nodig, dat komt neer op een halve vrachtwagen. 7 cycli is 35.700 liter en ≈ 4 vrachtwagens per jaar.
Hoeveel vrachtwagens passeren er dan naar en van de kwekerij?
Optellen leert dat voor één ronde van de 85.000 kippen er 42 vrachtwagens het erf bezoeken (en 42 verlaten). Omdat er 7 cycli per jaar zijn, komt dat op een indrukwekkend 294 vrachtwagens per jaar, of 588 vrachtwagens die gaan in- en uitrijden in/uit de smalle Galileistraat (afstand 836m, breedte max. 3m, éénrichtingverkeer). Er werd nog GEEN rekening gehouden met bijkomende ritten van dierenarts, reinigingsdienst, ontsmettingsbedrijf, onderhoud van technische installaties, mestverwerkingsbedrijf of controle-organisme.
Een vraag over de tewerkstelling:
Volgens een studie van Wageningen / Eurogroup for Animals is één voltijdse werknemer voldoende om een geautomatiseerde vleeskippenstal te beheren met 90.000 kippen. Bron: eurogroupforanimals.org Afhankelijk van hoe je het opzet — bijvoorbeeld extra personeel voor management, onderhoud, logisitiek, mestafhandeling, kan je nog 0,5 tot soms 1 extra parttime werknemer nodig hebben (of meer), maar een stal van 85.000 kippen kan vaak met ~1 voltijdse werknemer. Een ruwe vuistregel (op basis van wat ik heb kunnen afleiden uit literatuur en rapporten) zou kunnen zijn dat voor elke directe fulltime equivalent op de stal, je misschien 0,5 tot 1 extra FTE “in de keten” kunt toeschrijven aan de indirecte activiteiten. Dat is zeer afhankelijk van schaal, locatie en automatisatie. Dus, voor de Galileistraat, maximum 3 fulltime werknemers indirecte activiteiten inbegrepen.
Een vraag over vogelgriep:
De openbare aanvraag ligt in een zone waar de insleep van het vogelgriepvirus groter is dan elders. (Dus het risico op vogelgriep is groter dan buiten deze zone.) Ligt in een gebied waar veel watervogels of trekvogels voorkomen. Bron: FAVV (zie foto). (FAVV: Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.)
In oktober 2025 was er nog een vogelgriep uitbraak in Houthulst.
Wilfried Verheecke


A = 383m
B = 729m
C = 823m
D = 801m
E = openbaar onderzoek 2 appartementsblokken, 49 wooneenheden
F = 813m
De gemeenteraad begrijpt het zelf niet
Ik heb het artikel gelezen ivm de discussie in de gemeenteraad rond het glasvezelnetwerk.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat zowel in de vraagstelling als in de antwoorden teksten afgelezen worden die men eigenlijk zelf niet begrijpt…
Wat voorligt bij de BMA, ligt in openbaar onderzoek… Het is te vergelijken met een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een site die in openbaar onderzoek gaat, en waarover de bevoegde overheid finaal een uitspraak moet doen nadat de bezwaren onderzocht zijn.
Dat zegt natuurlijk niets over de huidige vergunning of situatie van een site.…
In grote delen van Heernisse ligt er al fiber….volgens de officiële bron die daarover uiteraard niet de BMA maar het BIPT is …
Je ziet op die kaart ook duidelijk de contouren van het proefproject Fiber to the home van Fluvius in het gebied achter de IJzer dat ik erdoor kreeg.
Er zijn nog tal van vragen te stellen:
- wat komt er aan bod in 2026 en wat in 2036… of 2046?
- waarom in grote steden 2 netwerken naast elkaar?
- als er 1 netwerk is, is het dan open voor alle providers?:
- lees: zal men proximus TV kunnen kijken op de kabel van wyre of zal men Telenet TV kunnen kijken via kabel Fiberklaar?
- als er gelijkwaardige technologie is zonder fiber, waarom wordt er dan überhaupt nog gelegd…?
Met vriendelijke groeten,
Lies Laridon
Bedenkingen bij het fietsverkeer in de Kleine en Grote Dijk
Ik heb een aantal bedenkingen bij de gemaakte analyse van het gevaar voor de fietsers langs de Grote en Kleine dijk. Er wordt verwezen naar het gebrek aan controle op de snelheid aldaar als een oorzaak dat daar te snel wordt gereden. Er wordt niet gecontroleerd dus wordt er te snel gereden. Die redenering wringt.
Het traject is een fietsstraat met maximaal toegelaten snelheid van 30km met inhaal verbod en een verbod voor zwaar vervoer. Er doen zich langs dat traject dan ook zeer weinig ongevallen voor. Een hoffelijk bestuurder blijft zonder morren achter de fietser met respect voor de geldende verkeersvoorschriften. Het is wederzijds wel aangenaam wanneer een trage fietser waar mogelijk even plaats maakt om een achterliggend voertuig voorbij te laten. Zo kan het ook en gebeurt het ook. Wederzijdse hoffelijkheid bestaat nog. Tegen richting fietsen echter vergt van de eenzame fietser inderdaad durf en een goede stuurvastheid, en dat is niet iedereen gegeven. Meerdere fietsers samen hebben dan weer het voordeel dat het opkomend autoverkeer wel moet stilhouden om iedereen vlot te laten passeren.
Veel autobestuurders volgen dit traject ook om dan in de juiste rijrichting de Gen. Bon. Jacquesstraat te kunnen inrijden. Dit verkeer langs de Vismarkt naar de Grote Markt dwingen lijkt mij daarom geen goed idee.
Conclusie: maakt inderdaad zo snel mogelijk werk van de aansluiting op de Galileistraat naar de Oostendebaan. De eenzame fietser zal daar wel bij varen en iedereen gelukkig.
Met warme groet
Jan Colaert
Diksmuide verdient de waarheid over haar water
De voorbije weken is er veel gezegd en geschreven over de waterkwaliteit in onze regio. De Pano-reportage over de aardappelsector, de normverhoging voor triazolen, de reacties uit de landbouwsector en de uitleg in onze gemeenteraad hebben veel rook geproduceerd, maar weinig helderheid. Wie de feiten naast elkaar legt, ziet één duidelijk patroon: het bronwater van de Blankaart is zwaar vervuild en onze inwoners krijgen geen volledige informatie.
Laat één misverstand meteen van tafel: het kraanwater in Diksmuide is veilig, dankzij de uitstekende inzet van De Watergroep. Maar precies dat bewijst hoe ernstig de situatie is. Het kost steeds meer inspanning om water drinkbaar te houden dat aan de bron steeds vervuilder wordt. In de officiële metingen van oktober 2025 (bron: Waterkwaliteit LG_W01, oktober 2025) noteerde De Watergroep dat het drinkwater — na zuivering — nog steeds stoffen bevat zoals 1,2,4-triazool tussen 0,130 en 0,730 μg/l, terwijl de oorspronkelijke norm 0,1 μg/l was. Daarnaast werden onder meer pesticiden, TFA (een PFAS-achtige stof), trihalomethanen, broomdichloormethaan en PFAS teruggevonden. En dat zijn de waarden ná filtering. Wat er in het bronwater zit, ligt dus hoger.
Opvallend hierbij is dat de hoogste waarde voor triazool in Diksmuide, 0,73 μg/l, maar liefst zeven keer boven de oorspronkelijke Europese norm ligt en zich al vlak onder de tijdelijk verhoogde norm van 1,0 μg/l bevindt. Dat is geen detail: dat is het bewijs dat de oude norm simpelweg niet meer gehaald kon worden. De norm is dus niet verhoogd omdat alles veilig was, maar omdat de realiteit té vervuild werd.
Het wordt nog pijnlijker wanneer men weet dat de afgelopen maanden geregeld geen water kon worden ingenomen uit de IJzer en de Blankaart, omdat de waterkwaliteit tijdelijk onder de minimumnormen zakte. Dat wordt bevestigd in officiële waterbeheerplannen en overheidsdocumenten, en is geen uitzonderlijk incident maar een terugkerend structureel probleem. Wanneer een van de belangrijkste productiecentra van West-Vlaanderen tijdelijk geen bronwater meer kan innemen, is dat geen technisch detail maar een alarmsignaal.
De vervuiling komt niet uit één hoek. Ze is het resultaat van een systeem waarin meerdere bronnen samenkomen. Landbouw levert fungiciden en herbiciden zoals triazolen, glyfosaat, AMPA en MCPA die via afspoeling en drains in de waterlopen terechtkomen. Industrie brengt op haar beurt industriële triazolen in het watersysteem, wat nu ook door de minister zelf werd bevestigd in het Vlaams Parlement. RWZI’s lozen geneesmiddelenresten. Het resultaat is een chemische cocktail die steeds moeilijker te beheersen valt. Dit is geen schuldvraag richting landbouwers of bedrijven. Dit is een structureel probleem waarvoor iedereen verantwoordelijkheid moet nemen, inclusief de beleidsmakers die jarenlang geen streng bronbeleid voerden.
Op een recente informatieavond van Inagro — georganiseerd door de landbouwraad — werd alleen vanuit landbouwexpertise gesproken. Inagro beschikt over waardevolle kennis, maar is geen onafhankelijke autoriteit op het vlak van waterkwaliteit. Opvallend: De Vlaamse Milieumaatschappij, De Watergroep, VITO, Aquafin en onafhankelijke waterwetenschappers waren niet uitgenodigd. Ook over glyfosaat en andere herbiciden, die wél duidelijk zichtbaar waren op de Inagro-
grafieken, werd nauwelijks gesproken. Zo ontstaat geen objectieve analyse, maar een eenzijdig debat waarin relevante spelers ontbreken en inwoners geen volledig beeld krijgen van de situatie.
In de gemeenteraad werd sterk ingezet op geruststelling: geen paniek, het kraanwater is veilig. Dat klopt, maar het is maar een halve waarheid. De volledige waarheid is dat de Blankaart één van de zwaarst belaste innamepunten van Vlaanderen is, dat de normverhoging nodig was om leveringen te garanderen, dat er periodes waren waarin er geen water uit de IJzer kon worden ingenomen, dat de zuivering steeds moeilijker en duurder wordt, dat de Inagro-grafieken een stijgende trend tonen sinds 2018, en dat de Westhoek structureel donkerder kleurt op elke kaart die waterkwaliteit weergeeft.
Dit vraagt geen paniek, maar volwassen politiek. Geen sussende woorden, maar transparante communicatie. Geen minimalisering, maar bronbescherming. Geen selectieve framing, maar onafhankelijk debat. Dat betekent: alle relevante spelers rond de tafel, striktere controles op lozingen, eerlijke informatie naar de bevolking en de moed om in te grijpen waar het nodig is.
Zuiver water is geen luxe. Het is een basisrecht. En zolang het bronwater van de Blankaart in toenemende mate onder druk staat, zullen wij blijven aandringen op transparantie, verantwoordelijkheid en effectief beleid. Niet om angst te zaaien, maar omdat Diksmuide recht heeft op de waarheid.
Günther Claes – Diksmuide Voorop
Rond de omgevingsvergunning voor de pluimveestallen
In verband met de omgevingsvergunningsaanvraag voor de bouw van twee nieuwe pluimveestallen aan de Galileistraat 10, voor het houden van in totaal 84.500 slachtkuikens.
Het project ligt tussen de Oostendestraat en IJzer, op slechts enkele honderden meters van het begijnhof en woonzones rond Oostendestraat, Beerstblotestraat, Kasteelstraat, Grote en Kleine Dijk.
1. Milieu- en gezondheidsimpact
- Geur- en stofhinder:
De ervaring met bestaande pluimveekwekerijen toont aan dat dergelijke installaties aanzienlijke geurhinder kunnen veroorzaken.
De geplande ligging nabij woongebied maakt dit risico bijzonder zorgwekkend.
- Luchtkwaliteit en ammoniakuitstoot:
De uitstoot van ammoniak, fijn stof en endotoxines draagt bij tot verzuring, stikstofdepositie en luchtvervuiling. Dit is schadelijk voor de volksgezondheid.
2. Verkeer en transport
- Het geplande pluimveebedrijf zal een aanzienlijke toename van zwaar verkeer met zich meebrengen, onder meer voor:
- aan- en afvoer van kuikens en slachtkippen,
- levering van voeder en brandstoffen,
- afvoer en opslag van mest en kadavers,
- onderhouds- en reinigingsverkeer.
- Deze vrachtbewegingen zullen plaatsvinden via de Oostendestraat naar de Galileistraat, een landelijke en smalle weg met recreatief karakter (fietsers, wandelaars richting Galileibos en Galileipad).
De bijkomende verkeersdruk vormt een risico voor verkeersveiligheid, geluidsoverlast en infrastructuurschade.
- Bovendien loopt in dezelfde straat (Galileistraat 11) op dit moment een openbaar onderzoek voor de bouw van twee meergezinswoningen (lees “appartementsblokken” met 49 woongelegenheden. 49 woongelegenheden of ongeveer 180 bewoners …
De afstand tussen huisnummer 10 (het geplande kippenbedrijf) en nummer 11 bedraagt slechts ongeveer 700 meter.
De combinatie van toenemend extra bewonersverkeer én zwaar landbouwverkeer zal de leefbaarheid, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit in de straat en omgeving ernstig onder druk zetten.
De vraag is: moet er daar dan nog een kippenbedrijf komen?
3. Ruimtelijke en landschappelijke overwegingen
- Het bedrijf ligt in de onmiddellijke nabijheid van het Galileibos en het recreatieve Galileipad, die veelvuldig gebruikt worden door wandelaars en fietsers.
Een industriële kippenkwekerij met intensieve geur-, geluid- en verkeersimpact is niet verenigbaar met deze recreatieve en landschappelijke functie. - De schaal van de geplande exploitatie overstijgt ruimschoots het kleinschalige landbouwkarakter van het gebied en is visueel en ruimtelijk storend in een landelijke context.
Daarbij komt nog dat het terrein volledig met beton zal verhard worden.
4. Beleidsmatige en bestuurlijke argumenten
- De gemeenteraad van Diksmuide besliste in 2020 unaniem om geen nieuwe grootschalige veeteeltbedrijven (kippen of varkens) meer toe te laten op haar grondgebied.
Deze aanvraag gaat lijnrecht in tegen dat gemeentelijk standpunt en ondermijnt het lokale beleid inzake duurzame landbouw en leefomgeving. - De aanvraag draagt bij aan een verdere industrialiseringsdruk op het platteland, terwijl de Diksmuideling net kiest voor een evenwichtige, duurzame en mensgerichte ruimtelijke ontwikkeling.
5. Conclusie
Op basis van bovenstaande argumenten moet de aangevraagde omgevingsvergunning voor de pluimveekwekerij geweigerd worden.
De geplande pluimveekwekerij is omwille van haar schaal, ligging, verkeersimpact en milieubelasting niet verenigbaar met:
- de leefbaarheid en verkeersveiligheid in de Galileistraat en Oostendestraat,
- de beleidsvisie van de Stad Diksmuide en zijn bewoners,
- en de bescherming van bewoners, het milieu en de volksgezondheid.
Met vriendelijke groeten
Wilfried Verheecke


