Westhoek wil geen reservaat worden

23 september 2026

In een motie over het hergebruik van vrijgekomen landbouwsites in de Westhoek, vragen 18 Westhoekburgemeesters onder wie de Diksmuidse burgemeester Koen Coupillie aan de Vlaamse Overheid een duidelijk kader dat ruimte biedt voor andere activiteiten naast het agrarisch hergebruik op vrijgekomen landbouwpatrimonium. Tegen 2040 zou immers een derde van de landbouwers ermee stoppen. Dat zou resulteren in 2.500 verlaten hoeves bovenop de huidige leegstand. Men vreest dat deze leegstand zal evolueren tot verval, dat de Westhoek een reservaat wordt. Ook al moet landbouw de hoofdzaak blijven, men moet ruimte bieden voor alternatieven. Maar dat mag op zijn beurt niet de bedrijfsvoering van de boer in de omgeving in het gedrang brengen, zo luidt het. Of hoe 18 burgemeesters lijken te dansen op een slappe koord tussen heden en toekomst.

Ook in Diksmuide, de grootste landbouwgemeente van West-Vlaanderen, zijn de vrijgekomen landbouwsites een bekend fenomeen. Ook hier roept het hergebruik vaak heel wat vragen op. De komst van agro-industriële activiteiten als grote kippenkwekerijen zorgde voor onrust rond het hergebruik van de verlaten hoeves. Kunnen er daar andere economische activiteiten komen en hoe past dit in het landelijk kader van de Westhoek in het algemeen en Diksmuide in het bijzonder.
Daarom roepen de 18 burgemeesters van het Westhoekoverleg op aan de Vlaamse ministers Jo Brouns en Hilde Crevits een duidelijk decretaal kader te scheppen dat ruimte biedt aan allereerst agrarisch hergebruik maar daarnaast ook aan kleinschalige economische activiteiten, opslag, korte keten en zorg- en educatieve landbouw.
Maar tegelijk willen ze ook de kenmerkende open ruimte van deze streek beschermen al is het niet duidelijk hoe ze daar het aspect natuur willen inpassen. Voor natuur is er immers opmerkelijk geen plaats in de motie.

De burgemeesters onderstrepen wel dat er duidelijke grenzen moeten zijn : het landbouwgebied mag in eerste instantie niet open gezet worden voor andere functies. Alleen als een landbouwsite niet opnieuw voor landbouw kan dienen, kunnen alternatieven in beeld komen. Meer mogen met bestaande gebouwen betekent ook strenger zijn voor de grond eromheen. Maar een andere invulling van deze gebouwen kan ook betekenen dat er minder andere open ruimte moet ingenomen worden voor verkaverlingen of economische activiteiten op nieuw te ontwikkelen industrie- of ambachtelijke zones.
Rest dan de vraag hoe men de actuele komst van grootschalige kippenkwekerijen hierin moet passen. Maar ook dat is voor Diksmuids burgemeester Coupillie niet duidelijk. Dergelijke kippenkwekerijen vallen immers onder de agrarische activiteiten. Voor hem kan men zich inderdaad de vraag stellen waar vandaag de grens ligt tussen landbouw en industrie en of deze soms niet overschreden wordt. Of hoe meteen duidelijk is hoe moeilijk de vraag om duidelijke grenzen te beantwoorden is. (DLD)

Deel dit bericht: