Het Westhoekgevoel
Naar aanleiding van de sluiting van het Bloso centrum in Woumen, de afbouw van het openbaar vervoer in de Westhoek, de gemiste kans om de streek erkend te krijgen als Landschapspark,.. Een opdracht, een oproep Het Westhoekgevoel: tijd voor trots en samenwerking
De Westhoek mist wat Limburg al lang heeft: een sterk streekgevoel. Als we onze trots, eigenheid en samenwerking bundelen, kunnen we met één stem spreken, in Brugge, Brussel en Straatsburg. Tijd om te tonen wie we zijn: Happy Westhoekers. In Limburg leeft het sterk: het Limburggevoel. Het is iets tastbaars, een vorm van streekbewustzijn die ervoor zorgt dat Limburg als één gemeenschap spreekt en handelt. Of het nu gaat om cultuur, economie of natuur, men trekt er samen aan de kar. Die verbondenheid maakt dat Limburg gehoord wordt, gerespecteerd en gesteund.
De Westhoek heeft minstens evenveel reden tot trots, maar mist soms dat gedeelde gevoel. Wij zijn een streek met een unieke identiteit: de stilte van de polders, de kracht van de zee, de warmte van de dorpen en de fierheid van onze heuvels. Toch treden we te vaak naar buiten als aparte eilanden, elk met onze eigen agenda. Dat maakt ons kwetsbaar en versnipperd, terwijl samenwerking onze grootste troef zou kunnen zijn. Een sterker Westhoekgevoel zou ons helpen om samen op te komen voor wat deze streek verdient: duurzame investeringen, eerlijke kansen voor landbouw en natuur, respect voor ons erfgoed en de ruimte om jong talent hier te laten bloeien. Als we als streek met één stem spreken — richting Brugge, Brussel en Straatsburg — staan we steviger, worden we gehoord, en kunnen we samen bouwen aan een toekomst waarin de Westhoek niet de rand is, maar het hart van een ander denken.
Daarom is het tijd voor een nieuwe trots, gedragen door lokale besturen, verenigingen, ondernemers en burgers samen. Laten we onze diversiteit omarmen en er onze kracht van maken. Wij zijn geen rand, geen restgebied, geen vergeten landschap.
Wij zijn de Westhoek, van zee tot heuvel, van polder tot Vrijbos. Wij zijn Happy Westhoekers.
Peter Bossu
Raadsleden moeten kunnen stemmen over het LOI
Mijn voorstel tot sluiting van het LOI veroorzaakt blijkbaar heel wat deining op het stuurloos schip dat zich sowieso reeds in woelige wateren bevindt. Tijd dus om hier wat duiding te geven, kwestie van te vermijden dat het schip al te snel op de klippen loopt.
In tegenstelling tot wat onze vijfde schepen en OCMW-voorzitter ons op de laatste zitting heeft wijsgemaakt, is de sluiting van het LOI wel degelijk de bevoegdheid van de Raad en niet van een hogere autoriteit. Mits inachtneming van de zes maanden vooropzeg, zoals gestipuleerd in de samenwerkingsovereenkomst met Fedasil, kan het LOI dus gesloten worden per eenvoudige meerderheid in de Raad.
Op de laatste zitting had ik een motie tot sluiten ingediend; wat betekent dat er een stemming had moeten plaatsvinden. Wegens een administratief misverstand werd mijn motie behandeld als een simpele vraagstelling, bijgevolg werd er niet gestemd. Spijtig natuurlijk want hierdoor kregen de raadsleden niet de kans om hun persoonlijke mening te geven. Niet getreurd echter, op de volgende zitting geef ik hen opnieuw de mogelijkheid om dit te doen. Mijn motie komt er dus alsnog aan.
Indien de Raad beslist dat het LOI open blijft (wat ik ook verwacht), zal ik mij hier als echte democraat bij neerleggen. Maar de kiezer heeft het recht om te weten welk raadslid kiest voor sluiten, wie kiest voor openhouden en wie zich wenst te onthouden. Deze informatie kan de kiezer dan meenemen naar de volgende stembusgang. Immers, de kiezer heeft altijd gelijk.
Ook wil ik hier eventjes de aandacht vestigen op de naar voren gebrachte cijfers en ik citeer de schepen: “Overigens bleven slechts vier van de negen vertrekkers uit het LOI hier wonen.”. Deze cijfers geven natuurlijk een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Eerst en vooral geven ze de indruk dat er doorheen de tijd slechts negen mensen gebruik hebben gemaakt van het LOI, en dat van die negen slechts vier mensen zijn blijven hangen in Diksmuide. Deze cijfers behelzen een kien uitgekozen periode van slechts vier maanden.
In werkelijkheid zijn er doorheen de jaren natuurlijk honderden mensen het LOI gepasseerd. Indien we daarop dezelfde verhouding van vier op negen toepassen zitten we in een heel ander verhaal.
Te vervolgen!
Geert Mabesoone
Fractievoorzitter Vlaams Belang afdeling Diksmuide
Diksmuides Vlaams karakter
Burgemeester Coupillie heeft gereageerd op de beslissing van Vlaams Minister Gennez. Hij is ontstemd omdat zij de jaarlijkse subsidie aan de vzw die de IJzertoren beheert halveert en zegt dat de Stad te klein is om dit bedrag bij te passen. Zijn houding siert Diksmuide en is terecht. De IJzertoren is nog steeds toeristisch een der grootste trekpleister en verdient van stadswege elke mogelijke ondersteuning.
Persoonlijk moet ik toegeven bij elk bezoek aan Diksmuide dat de stad erop vooruitgaat en hoop dat dit in de verdere toekomst, niettegenstaande de besparingen die overal nodig zijn, ook zo blijft.
Eén kleine bedenking hierbij: mag Diksmuide niet iets meer doen om haar Vlaams karakter te benadrukken? Komt er nu een iets grotere viering rond 11 juli zoals beloofd in bepaalde verkiezingsbeloften?
Eén suggestie misschien: het Davidsfonds Oudenaarde heeft een prijs uitgereikt aan een plaatselijk hotel-restaurant omwille van haar meest typische benaming “Het Steenhuyse”. – Zou men niet eens te Diksmuide eraan denken ook iets dergelijks te bedenken voor haar “horeca-uitbatingen” en kan men zo niet ertoe komen dat vreemdtalige opschriften verdwijnen
Ook naar andere handelszaken toe?
Robert Travers
Gent
De IJzertoren verdient onze steun
Ik schrijf deze brief niet alleen als ondervoorzitter van N-VA Diksmuide, maar vooral als flamingant in hart en nieren en inwoner die zijn stad liefheeft. De IJzertoren is voor mij geen gewoon monument. Ik bezoek hem meermaals per jaar, soms ook met mijn kinderen. Voor ons is de toren een baken in het landschap, een plaats die ons herinnert aan waar we vandaan komen. Hij staat er als vredesteken, maar evenzeer als symbool van Vlaamse ontvoogding.
En toch zie ik dat Vlaamse verhaal steeds verder naar de achtergrond schuiven. Het vredesverhaal blijft overeind, maar de link met onze Vlaamse strijd wordt vaak gerelativeerd of geromantiseerd. Wie de toren bezoekt, moet vandaag harder zoeken naar die boodschap van ontvoogding. Dat is jammer, want de kracht van dit monument ligt net in die dubbele betekenis: nooit meer oorlog én nooit meer onderdrukking – ook van ons volk.
Het wringt dat net een raad van bestuur die Vlaanderen op afstand houdt, vandaag met de vinger wijst naar datzelfde Vlaanderen wanneer de subsidies worden verminderd. Het wringt ook dat sommigen die jarenlang de toren uit beeld hielden in hun communicatie, nu plots wel luidop roepen.
De besparing is hard, daar hoeven we niet omheen te draaien. Maar dit is geen moment voor spelletjes of verwijten. Dit is het moment om samen verantwoordelijkheid te nemen. Om steun te zoeken, om onze samenwerking te versterken en vooral: om de toren te bezoeken en de medewerkers te steunen.
De IJzertoren verdient onze steun – boven partijgrenzen heen. Want wie afbreekt, bouwt niets op. Alleen wie samen trekt, houdt dit monument levend en sterk.
Maarten Debruyne
Met open vizier, ook zonder mijter
Dank voor uw creatieve reactie uit hogere sferen.
De bezorgdheid over stadsfinanciën is terecht — keuzes maken hoort bij beleid. Maar mijn oproep ging niet over het laten regenen van euro’s uit de hemel. Het ging over iets eenvoudigs: kinderen die buiten Diksmuide naar school moeten, niet uit gemak, maar uit noodzaak.
Wat ik vraag is geen pepernotenbeleid, maar een beperkte tussenkomst in vervoerskosten – voor alle leerlingen, ongeacht hun leeftijd, richting, buslijn of treintraject. Gelijke kansen zouden niet mogen afhangen van een postcode. Als we jongeren hier willen houden of terughalen na hun studies, dan moeten we vandaag ook tonen dat hun leerpad telt – elk pad. Ik heb mijn brief bewust met open vizier geschreven. Een mening delen mag – maar het debat is sterker als we dat ook doen met naam en gezicht. Zeker als het gaat over onderwerpen die jongeren en hun toekomst raken.
Bedankt aan iedereen die meeleest of meedenkt – mét of zonder mijter.
Günther Claes


