710, 2026

Wordt de Vladslostraat een streep asfalt zonder bomen en fietspad?

7 oktober 26|

Zowel het polderbestuur als ANB blijken geen voorstander om nieuwe bomen langs de Vladslostraat te planten. Het polderbestuur stelt vragen bij de smalle berm tussen de straat en de beek, en of daar wel genoeg plaats is om bomen te planten. Ooit werd de berm verstevigd door takken in de grond te steken. Die moesten wortelen en struiken vormen. Het was niet de bedoeling om die te laten uitgroeien tot bomen maar dat is er toch van gekomen. Verder zou volgens het polderbestuur het zicht vanaf de straat op de open vlakte die de Handzamevallei is, beter tot zijn recht komen zonder bomen.
Aan de andere kant, waar ook het fietspad zou komen, kan het niet van ANB. Dat hoge bomen in het nadeel van weidebroeders zijn wordt veelvuldig als reden aangehaald. Vogels die elkaar al eeuwen in evenwicht houden zijn dat blijkbaar verleerd. Weg met die kraaien en eksters en hun hoge bomen. De Blankaart droogleggen wegens teveel Canadese ganzen lijkt even absurd. Dat ondertussen de roofvogels die niet in bomen broeden het heel goed doen en ongegeneerd kunnen plukken uit het kuikenbestand is geen bezwaar.
Dat de populieren stilaan einde carrière zijn klopt. Hun wortelgestel heeft de dijk jarenlang stevigheid gegeven, maar tegelijkertijd steken de wortels ook de baan op. Zonder bomen moet er voor verzakkingen gevreesd worden. Het zal dus niet zomaar een asfaltbaantje worden als daar rekening mee moet gehouden worden; dat wordt een stevig prijskaartje, of veel lapwerk in de toekomst.
We leven in een tijd waarin bomen als zeer belangrijk worden aanzien voor de ecologie en voor het klimaat. Bovendien is het Regionaal Landschap Westhoek volop bezig met de opmaak van de landschapskararterisatie van de volledige Westhoek. In verschillende landschapsateliers werd net nu het belang van de rij populieren langs de Vladslostraat als landschappelijk uiterst belangrijk beschouwd. Een veilige verbinding voor gemotoriseerd verkeer en voor fietsers tussen Vladslo en Esen moet de prioritaire bedoeling zijn, dat zonder kijf. De vraag is echter of een asfaltweg van 6m breed of wellicht meer, kaarsrecht, zonder bomen én met diepe randstroken, grachten en een kanaal, een veilige weg zal zijn. De Houtlandstraat was eertijds ook een brede lange rechte weg. Bomen, hagen en een versmalde rijweg matigen de snelheid en zouden een nieuw elan en identiteit kunnen geven aan de Vladslostraat
Voor een goed resultaat zullen alle betrokken partijen aan tafel moeten. Met de milieuraad zijn we er van overtuigd dat het mogelijk is.

Milieuraad Diksmuide

110, 2026

Een kippenbedrijf van 84.500 dieren : hoeveel extra druk kan deze omgeving dragen?

1 oktober 26|

Diksmuide is een stad waar landbouw en wonen al generaties lang naast elkaar bestaan. Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar wanneer in een omgeving die steeds meer een woonkarakter krijgt een nieuwe grootschalige intensieve veehouderij wordt gepland, is het volgens ons terecht dat de vraag wordt gesteld: past dit bedrijf nog op deze plaats?
Het gaat hier niet om een kleine landbouwactiviteit. De aanvraag betreft een nieuwe pluimveehouderij voor 84.500 mestkuikens aan de Galileistraat in Beerst. Rond die locatie bevinden zich vandaag woningen, appartementsgebouwen, woonerven, nieuwe woonontwikkelingen, een recreatiezone én een kinderdagverblijf. De omgeving is dus al lang niet meer uitsluitend agrarisch.

Een doodlopende straat als toegangsweg
Een van de grootste zorgen is de mobiliteit.  De Galileistraat is op verschillende plaatsen slechts ongeveer 3,2 tot 3,5 meter breed. Tegelijk wordt voor de nieuwe exploitatie rekening gehouden met ongeveer 560 vrachtwagenbewegingen per jaar. Het gaat onder meer om de aanvoer van kuikens en voeder, de afvoer van mest en dieren, kadaverophaling en andere leveringen.
Dat klinkt misschien als een cijfer in een technisch dossier. Voor bewoners betekent het iets anders.  Een vrachtwagen die een smalle, doodlopende straat in moet, moet er ook weer uit. Onderweg moeten andere vrachtwagens, landbouwvoertuigen, personenwagens, fietsers en voetgangers elkaar kunnen kruisen. Aan het begin van de Galileistraat komen bovendien 49 nieuwe wooneenheden. Dat betekent niet alleen meer woningen, maar ook meer dagelijkse verkeersbewegingen.
En dan komt de Oostendestraat in beeld.  De Oostendestraat is een belangrijke toegangsweg voor Diksmuide. Het is dan ook onvoldoende om alleen te zeggen dat het aantal bijkomende vrachtwagens op jaarbasis beperkt lijkt. De vraag moet zijn waar die vrachtwagens rijden, op welke momenten, langs welke route en hoe die verkeersstromen zich verhouden tot de bestaande verkeersdruk.
Een straat van amper enkele meters breed is geen abstract gegeven. Wie er woont, fietst of wandelt, weet wat het betekent wanneer daar een zwaar voertuig moet passeren.

Wie betaalt de oplossing?
In het aanvraagdossier wordt gesproken over bijkomende uitwijkstroken om het verkeer beter te laten verlopen. Maar dan rijst een eenvoudige vraag: waar komen die uitwijkstroken precies?  Welke gronden zijn daarvoor nodig? Wie stelt die gronden ter beschikking? Wie betaalt de aanleg? En wie draagt de kosten wanneer de openbare infrastructuur moet worden aangepast om een nieuwe (gesubsidieerde) industriële activiteit veilig bereikbaar te maken?  Zolang daar geen concrete antwoorden op zijn, kunnen uitwijkstroken moeilijk als een gerealiseerde oplossing worden beschouwd.
Daar komt nog bij dat het bestaande landbouwbedrijf (varkens) op de site zou verdwijnen. Daarom moet volgens ons niet alleen naar het nieuwe vrachtverkeer worden gekeken, maar naar het netto verschil tussen de huidige en toekomstige situatie. Hoeveel vrachtwagens rijden er vandaag? Hoeveel zullen er rijden na de omschakeling? En wanneer rijden ze?  Dat zijn essentiële vragen wanneer verkeersveiligheid centraal staat.

Geur stopt niet aan 500 meter
Een tweede belangrijk aandachtspunt is geur.  In de omgeving staan verschillende appartementsgebouwen en woningen met mechanische ventilatie. Die systemen nemen buitenlucht aan. Wanneer zich in die buitenlucht geur bevindt, bestaat dus de mogelijkheid dat bewoners die geur ook binnen ervaren.  Dat is een belangrijk verschil met een eenvoudige woning waar een raam kan worden dichtgedaan. Wie afhankelijk is van een mechanisch ventilatiesysteem kan dat niet zomaar uitschakelen zonder de normale ventilatie van zijn woning te beïnvloeden.
In het dossier werd de beoordelingsafstand bovendien teruggebracht van 1 kilometer naar 500 meter. Maar geur houdt zich uiteraard niet aan een cirkel die op een plan wordt getekend.  Dat blijkt ook uit de concrete ervaring van bewoners. In het bezwaarschrift wordt aangehaald dat op ongeveer 550 meter van een bestaande varkenskwekerij geur in een appartement met technische ventilatie duidelijk waarneembaar is, onder meer bij het verluchten van de stallen of het verwijderen van mest.  Daarom lijkt het ons redelijk om niet alleen te kijken naar theoretische geurmodellen, maar ook naar de concrete woonomgeving.
Wat betekent deze nieuwe activiteit voor mensen die hier vandaag wonen?

En dan is er het kinderdagverblijf
Misschien is het meest opvallende element wel dat zich in de invloedssfeer van de geplande exploitatie een kinderdagverblijf bevindt.  Dat betekent niet dat elk landbouwbedrijf automatisch onverenigbaar is met een kinderdagverblijf. Wel betekent het dat bij de beoordeling rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van een functie waarbij jonge kinderen aanwezig zijn.  Wanneer een omgeving tegelijk woningen, appartementen, recreatievoorzieningen, een kinderdagverblijf en een grootschalige intensieve veehouderij omvat, lijkt een grondige beoordeling van de leefomgeving ons geen overbodige luxe.

Niet alleen geur: ook stof, ammoniak en water
De discussie mag bovendien niet beperkt blijven tot geur.  De geplande stallen brengen ook emissies van onder meer fijn stof en ammoniak met zich mee. Daarnaast zijn er geluid, verkeersbewegingen en waterverbruik. De bezwaren vragen daarom terecht aandacht voor de cumulatie van de verschillende effecten, samen met de reeds aanwezige landbouwactiviteiten in de omgeving.
Ook het waterverbruik verdient aandacht. In het bezwaarschrift wordt, als indicatieve grootteorde, voor het drinkwater alleen al ongeveer 6.084 m³ per jaar berekend bij 84.500 dieren en zeven rondes, exclusief reinigingswater en andere bedrijfsactiviteiten. Het verzoek is daarom om precies duidelijk te maken hoeveel water de exploitatie werkelijk nodig heeft en waar dat water vandaan komt.

Een vergunning moet verder kijken dan de perceelsgrens
De kern van onze bezorgdheid is daarom niet dat landbouw geen plaats zou hebben in Diksmuide. Integendeel.  De vraag is of deze grootschalige activiteit op deze specifieke locatie verenigbaar is met de omgeving die daar ondertussen is ontstaan.  Een vergunning wordt immers niet verleend in een leeg landschap. Ze wordt verleend op een concrete plaats, naast concrete woningen, langs concrete wegen en in de nabijheid van concrete voorzieningen.

Daarom vinden wij dat minstens volgende vragen afdoende moeten worden beantwoord:

Kan de smalle Galileistraat het bijkomende vrachtverkeer veilig verwerken?
Wat betekent dat verkeer voor de aansluiting op de drukke Oostendestraat?
Hoe worden fietsers en voetgangers beschermd?
Waar komen de aangekondigde uitwijkstroken en wie betaalt ze?
Welke geurbelasting kunnen bewoners daadwerkelijk ervaren?
Is voldoende rekening gehouden met appartementen met mechanische ventilatie?
Waarom werd de beoordelingsafstand van 1 kilometer naar 500 meter teruggebracht?
Welke cumulatieve effecten zijn er met de bestaande landbouwbedrijven?
Welke impact zijn er voor het kinderdagverblijf en andere gevoelige functies?
Hoeveel water zal de nieuwe exploitatie werkelijk verbruiken?

Diksmuide moet kiezen voor een leefbare omgeving
Een project van deze omvang verdient een grondige beoordeling. Niet omdat landbouwactiviteiten per definitie ongewenst zijn, maar omdat 84.500 kippen, honderden vrachtwagenbewegingen, ventilatie-emissies en een ligging vlak bij een woonomgeving samen een aanzienlijke ruimtelijke impact kunnen hebben.  De discussie zou daarom niet mogen worden herleid tot de vraag of elk afzonderlijk onderdeel technisch binnen een bepaalde norm valt.

De echte vraag is breder:

Is deze locatie geschikt voor deze schaal van activiteit, zonder dat de leefbaarheid, verkeersveiligheid en woonkwaliteit van de omgeving onder druk komen te staan?

Dat is geen vraag tegen landbouw. Het is een vraag vóór een zorgvuldige ruimtelijke ordening.  En uiteindelijk is dat precies waar een vergunningsprocedure voor dient: ervoor zorgen dat economische activiteit en de leefbaarheid van onze dorpen en wijken met elkaar verzoend kunnen worden.   Voor de bewoners van de Galileistraat, de Oostendestraat en de omliggende woonomgeving is het antwoord op die vraag niet theoretisch. Zij zullen het dagelijkse verkeer, de lucht en de leefomgeving ervaren.

Daarom vragen wij dat hun belangen even ernstig worden meegenomen als de economische belangen van het geplande bedrijf.

Wilfried Verheecke

609, 2026

Nieuwe kwartring : niet motorfiets-vriendelijk

6 september 26|

De foto bij het artikel over de ophoging van de omleidingsweg voor de bescherming van Heernisse tegen wateroverlast laat in tweede orde ook duidelijk zien dat de geplaatste vangrails allesbehalve motorfiets vriendelijk zijn.  Niemand kan daar naast kijken, maar toch werd aan dit aspect van de veiligheid blijkbaar geen aandacht geschonken. Is dat een slordige vergetelheid of een doelbewuste besparing?

Jan Colaert

2908, 2026

Weet de meerderheid nog wat ze zelf beslist?

29 augustus 26|

Maandag vraagt Team8600 op de gemeenteraad om te onderzoeken hoe dienstverlening toegankelijker kan worden gemaakt voor inwoners die zich niet zelfstandig naar het stadhuis kunnen verplaatsen.  Een terechte bekommernis. Diksmuide Voorop pleitte hiervoor al in het verkiezingsprogramma van 2024: dienstverlening dichter bij de mensen brengen, onder meer door documenten lokaal te kunnen afhalen.Maar vooral: in de beleidsverklaring van de huidige meerderheid van oktober 2025 staat op pagina 28 al:  “We onderzoeken (…) de uitrol van een mobiel loket dienst Burgerzaken voor minder mobiele mensen.”  En daar stopt het niet. De burgemeester liet ondertussen zelf weten dat het mobiele loket er al is en dat de dienstverlening daarmee aan huis komt bij wie minder mobiel is.
En toch vraagt Team8600 maandag om te onderzoeken hoe net die dienstverlening kan worden aangeboden.  We wezen er eerder al op dat deze meerderheid steeds meer de indruk wekt naast elkaar in plaats van met elkaar te besturen. Dit dossier maakt die vraag alleen maar pertinenter.  Een meerderheid bestuurt bovendien niet alleen via de gemeenteraad. Er is ook het schepencollege, er is een gezamenlijk meerjarenplan en er zijn coalitiepartners die geacht worden samen beleid te voeren.  Als de burgemeester publiek aankondigt dat het mobiele loket er al is, terwijl een coalitiepartner vervolgens via de gemeenteraad vraagt om die dienstverlening te onderzoeken, dan lijkt er minstens iets mis te lopen met het overleg of de informatiedoorstroming binnen deze meerderheid.
Is dit nog een gebrek aan overleg, een gebrek aan dossierkennis, of besturen de coalitiepartners gewoon naast elkaar?  Een stad bestuur je samen. Je overlegt, bereidt dossiers voor en weet van elkaar waarmee je bezig bent. Anders dreigt bestuur stilstand te worden.  Maandag luisteren we met Diksmuide Voorop mee vanaf de publieksbanken. Benieuwd welk antwoord er komt.

Günther Claes
Diksmuide Voorop
Voor Diksmuide en voor u

2108, 2026

Waar blijft het waterbeleidsplan voor Diksmuide?

21 augustus 26|

Een zwemverbod is geen incident. Het is een waarschuwing. (een opiniestuk van Diksmuide Voorop)

Nog geen maand geleden opende Diksmuide trots haar eerste openwaterzwemzone aan de Drie Mussen. Een initiatief waar ook wij met Diksmuide Voorop achter staan. Openwaterzwemmen was bovendien een belangrijk onderdeel van het verkiezingsprogramma waarmee wij als Project 8600 naar de kiezer trokken.  Laat daar dus geen misverstand over bestaan: wij stellen de zwemzone zelf niet ter discussie. Integendeel.
Maar amper enkele weken na de opening ging de rode vlag omhoog.  Blauwalgen.  Dat het stadsbestuur dan ingrijpt en zwemmen en recreatief watercontact verbiedt, is vanzelfsprekend. De gezondheid van onze inwoners moet altijd vooropstaan.
Onze kritiek begint waar het persbericht eindigt.  Want blauwalgen komen niet zomaar uit de lucht vallen. We zitten al maanden in een uitzonderlijk droge periode. In combinatie met warm weer, lage waterstanden en weinig doorstroming ontstaan omstandigheden waarin blauwalgen zich sterk kunnen ontwikkelen.  Maar droogte en warmte zijn slechts een deel van het verhaal.  Ook de hoeveelheid voedingsstoffen in ons oppervlaktewater speelt een cruciale rol. En laat ons die stoffen ook gewoon benoemen: stikstof- en fosforverbindingen, waaronder nitraat en fosfaat. Wanneer daarvan te veel in het oppervlaktewater terechtkomt, bevordert dat de groei van algen en blauwalgen.
Die belasting kent verschillende bronnen. Landbouw speelt daarin een rol, maar ook huishoudelijk afvalwater, rioleringen en overstorten, bedrijven en andere menselijke activiteiten.  Dit is dus geen verhaal waarin we één sector als schuldige willen aanwijzen. Landbouwers tegenover natuur zetten brengt ons geen stap dichter bij proper water. Bedrijven met de vinger wijzen terwijl elders ongezuiverd huishoudelijk afvalwater wordt geloosd evenmin.  Maar het zou al even gemakkelijk zijn om de huidige problemen alleen toe te schrijven aan het warme en droge weer.  De droogte legt vooral bloot hoe kwetsbaar ons watersysteem geworden is.  En precies daar wordt het voor Diksmuide veel fundamenteler.
Want het water waarin we willen zwemmen, maakt deel uit van een veel groter watersysteem. Oppervlaktewater, grondwater, landbouw, natuur, riolering, economie en uiteindelijk ook onze drinkwatervoorziening zijn met elkaar verbonden.  Ook die drinkwatervoorziening verdient aandacht. Het water voor ons leveringsgebied wordt geproduceerd in waterproductiecentrum De Blankaart. Voor 1,2,4-triazool, een afbraakproduct van gewasbeschermingsmiddelen, geldt momenteel een tijdelijke afwijking van de gewone drinkwaternorm. De Watergroep benadrukt daarbij dat het geleverde kraanwater volgens de geldende gezondheidskundige toetsingswaarden veilig is.  Daar hoeven we in dit opiniestuk geen apart drinkwaterdebat van te maken. Maar het onderstreept wel één fundamenteel principe:  Proper water begint niet aan de kraan. Proper water begint aan de bron.
En dan komen we bij de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur.  We weten welk antwoord gemakkelijk gegeven kan worden.  Water stopt niet aan de gemeentegrens. Klopt.  Vlaanderen is bevoegd voor belangrijke delen van het waterbeleid. Klopt.  De provincie heeft bevoegdheden. De Vlaamse Milieumaatschappij, De Vlaamse Waterweg, Aquafin en De Watergroep hebben allemaal hun eigen taken en verantwoordelijkheden. Ook dat klopt.  Maar precies wanneer bevoegdheden zo verspreid zitten, heeft Diksmuide nood aan lokale regie.  Een stadsbestuur hoeft niet iedere waterloop zelf te beheren. Het kan onmogelijk alle vervuiling zelf oplossen en evenmin in zijn eentje maandenlange droogte of de gevolgen van klimaatverandering tegenhouden.  Maar een stadsbestuur moet wél weten waar het met zijn grondgebied naartoe wil.  En precies daar ontbreekt het vandaag aan.

Waar is het integraal lokaal waterbeleidsplan voor Diksmuide?
Waar is het plan dat oppervlaktewater, grondwater, zwemwater, drinkwater, riolering, landbouw, industrie, natuur, droogte en klimaatadaptatie met elkaar verbindt?
Waar zijn de doelstellingen voor 2030, 2040 en 2050?
Waar wordt vastgelegd wie welke verantwoordelijkheid opneemt?
Waar wordt gemeten of we vooruitgaan?
Waar wordt jaarlijks transparant gerapporteerd aan de gemeenteraad én aan de Diksmuideling?
Waar is de regie?

Want ook lokaal kunnen we handelen.  Diksmuide kan de verdere aansluiting op riolering en de zuivering van huishoudelijk afvalwater versnellen. Niet-aangesloten woningen en noodzakelijke individuele behandelingsinstallaties kunnen actief worden opgevolgd. Overstorten en lokale vervuilingsbronnen kunnen systematisch in kaart worden gebracht en aangepakt.  We kunnen regenwater langer vasthouden in plaats van het zo snel mogelijk af te voeren. Meer ruimte creëren voor infiltratie en buffering. Gericht ontharden. Grachten, beken en oevers ecologisch versterken. Natte natuur herstellen waar dat mogelijk is.  We kunnen samen met landbouwers zoeken naar oplossingen rond bodemkwaliteit, erosiebestrijding, bufferstroken en waterberging. Niet tegen de landbouw, maar mét de landbouw. Want ook onze landbouw heeft alle belang bij voldoende en kwalitatief water en een robuust watersysteem.  We kunnen met bedrijven samenwerken rond waterhergebruik, lozingen en het verminderen van hun waterimpact.  We kunnen de lokale waterkwaliteit systematischer opvolgen en de resultaten transparant communiceren.  En vooral: we kunnen al die maatregelen eindelijk behandelen als onderdelen van één samenhangend beleid.
Geen verzameling losse projecten.  Geen beleid dat van droogte naar droogte, van vervuiling naar vervuiling en van zwemverbod naar zwemverbod holt.  Maar een lokaal waterbeleidsplan.  Dat is wat wij onder bestuurskracht verstaan.

En dan komen we onvermijdelijk bij de politiek.  De grootste bestuurspartij van Diksmuide noemt zichzelf Actie!  Wel, waar is die actie wanneer het écht telt?
Waar is de actie voor gezonde waterlopen?
Waar is de actie voor de bescherming van onze waterbronnen?
Waar is de actie om onze stad weerbaarder te maken tegen maandenlange droogte?
Waar is de actie om water vast te houden wanneer het er is, zodat we het niet tekortkomen wanneer het maandenlang nauwelijks regent?
Waar is de actie om vervuiling zoveel mogelijk aan de bron aan te pakken?
Waar is de actie om landbouwers, bedrijven, inwoners, natuurorganisaties en verschillende overheden rond dezelfde tafel te brengen?
Waar is de actie voor een waterbeleidsplan dat verder kijkt dan deze legislatuur?

Echte actie is niet pas reageren wanneer het water groen kleurt.  Echte actie is vandaag maatregelen nemen zodat het morgen minder vaak groen kleurt.  En ook aan team8600 willen we iets zeggen.  Nabij zijn is belangrijk. Een lokaal bestuurder hoort tussen de mensen te staan. Op een braderie, een zomerconcert, bij verenigingen en op dorpsfeesten. Daar is helemaal niets mis mee.  Maar zichtbaarheid is geen bestuurskracht.
De vraag is niet hoeveel Diksmuidelingen hun bestuurders deze zomer ergens hebben gezien.
De vraag is wat die bestuurders doen met het vertrouwen dat diezelfde Diksmuidelingen hun hebben gegeven.
De kiezer gaf deze meerderheid geen uitzonderlijk mandaat om vooral zichtbaar te zijn.
De kiezer gaf haar de kracht om te besturen.
De kracht om moeilijke keuzes te maken.
De kracht om vooruit te kijken.
De kracht om er te zijn voor de gezondheid en leefomgeving van iedere Diksmuideling.
De kracht om vandaag te investeren in maatregelen waarvan het resultaat misschien pas over tien of twintig jaar volledig zichtbaar wordt.
En vooral: de kracht om het algemeen belang boven het eigen partijbelang te plaatsen.

Actie! en team8600 beschikken samen over 22 van de 25 zetels in de gemeenteraad.  Tweeëntwintig.  Met zo’n meerderheid kan niemand ernstig beweren dat er onvoldoende politieke slagkracht is om keuzes te maken.  En toch zien we tijdens de gemeenteraad te vaak een ander beeld. Meerderheidspartijen stellen elkaar tijdens de openbare zitting vragen over dossiers waarvan je zou verwachten dat ze vooraf binnen die meerderheid besproken en uitgeklaard werden. Terwijl pers en publiek toekijken, lijkt de meerderheid soms oppositie tegen zichzelf te voeren.  Natuurlijk mogen partijen van mening verschillen. Dat hoort bij politiek.  Maar samen besturen vraagt meer.  Het vraagt vertrouwen.  Overleg.  Elkaar iets gunnen.  En de bereidheid om de eigen profilering soms opzij te zetten omdat het algemeen belang belangrijker is.  Want soms lijkt het alsof ook binnen deze meerderheid de touwtjes uit de brievenbus verdwenen zijn. Het vertrouwen om elkaar iets te gunnen, de verbinding om samen keuzes te maken en de wil om als één bestuur verantwoordelijkheid te nemen.  Je kunt dan misschien nog afzonderlijke projecten realiseren en punten uit een bestuursakkoord afvinken.  Maar de grote uitdagingen van morgen los je er niet mee op.  En water is bij uitstek zo’n uitdaging.

Daarom vraagt Diksmuide Voorop dat nog deze legislatuur wordt gestart met de opmaak van een integraal lokaal waterbeleidsplan voor Diksmuide.  Geen zoveelste vrijblijvende studie.  Geen verzameling mooie intenties.  Maar een echt beleidsplan met meetbare doelstellingen, concrete acties, verantwoordelijkheden, budgetten en jaarlijkse rapportering over de vooruitgang.  En laat ons daarbij stoppen met de verantwoordelijkheid voortdurend door te schuiven.  Niet wachten op Vlaanderen.  Niet wachten op de provincie.  Niet wachten op De Vlaamse Waterweg, de Vlaamse Milieumaatschappij, Aquafin of iemand anders.  Samenwerken waar het moet.  Druk zetten waar het nodig is.  En vooral zelf verantwoordelijkheid nemen waar het kan.

Diksmuide Voorop is bereid daar zelf voorstellen voor op tafel te leggen.  Niet tegen landbouw, maar mét landbouw.  Niet tegen ondernemingen, maar mét ondernemingen.  Niet tegen natuur, maar mét natuur.  Niet tegenover andere overheden, maar samen waar samenwerking noodzakelijk is.  Met één uitgangspunt: de gezondheid en de toekomst van iedere Diksmuideling.
Want uiteindelijk gaat dit niet alleen over een zwemzone.  Het gaat over het water dat onze kinderen en kleinkinderen zullen drinken.  Over landbouw die ook binnen twintig of dertig jaar voldoende en kwalitatief water nodig heeft.  Over gezonde bodems.  Over onze natuur.  Over onze economie.  Over de leefbaarheid van onze dorpen en onze stad.  Over de vraag of onze kinderen straks nog veilig in open water kunnen zwemmen.  En uiteindelijk over welk Diksmuide we hen willen nalaten.
De zwemzone ging amper enkele weken na de opening dicht.  Dat is jammer.  Maar veel erger zou het zijn als we binnen twintig jaar moeten vaststellen dat alle waarschuwingen vandaag al zichtbaar waren, terwijl we bleven wachten tot een andere overheid, een volgende legislatuur of een volgende generatie het probleem zou oplossen.
Beste meerderheid, de kiezer heeft jullie de kracht gegeven om te besturen. Gebruik die kracht. Niet voor Actie!. Niet voor team8600. Niet voor de volgende verkiezingen.  Gebruik ze voor Diksmuide.

Günther Claes
Diksmuide Voorop

Ga naar de bovenkant