Dertig dagen zonder klagen

De bedenkers van bovenstaande campagne hebben zich kapot gebrainstormd over de slogan waarmee ze zouden uitpakken.  Oorspronkelijk hadden zij – allemaal telgen van het ‘zogenaamde’ sterke geslacht – de slogan in gedachten ‘dertig dagen zonder zagen’ maar omdat dit op  heftige weerstand stootte van hun amazones, hebben de softies zich uiteindelijk bedacht en  geopteerd voor ‘dertig dagen zonder klagen’.  Het aantal mannen dat onder de sloef van hun zaagkous ligt, schijnt enorm te zijn alhoewel die toegeving aan vrouwelijke druk uiteindelijk niet onverstandig bleek te zijn.  Je kan immers moeilijk verlangen dat vrouwen hun eindeloos gezaag in één enkele beweging uitstellen tot het getal dertig.  Persoonlijk zou ik reeds super content zijn mocht ik drie dagen per week  gevrijwaard zijn van die vrouwelijke dinges.  In de beginperiode van ons gruwelijk, sorry van ons huwelijk, vroeg mijn trouwboek minstens tweemaal per dag: “schat wanneer krijg ik een zoon van jou?”  Ik werd daar bij momenten zo nerveus van dat mijn grote goesting stilaan achterbleef en mijn potentie ver beneden de middelmaat van de doelgroep  potente dertigers fluctueerde.  Op een zonnige zondagmorgen in mei, na een stevig ontbijt met alles erop en eraan, sprak ik  tot mijn vrouw: “schat, weet je wat ik nu zal doen, ik zal er seffens eens gaan invliegen.”  “Gaat niet liefste”, wimpelde ze af “ en dit wegens uitzonderlijke omstandigheden, zijnde van hygiënische aard.  Hou je nog maar een zevental dagen op de begane grond”, also sprach mein liebster Schatz .  Na die uitzonderlijke omstandigheid van heel dichtbij aanschouwd te hebben en ik omzeggens met mijn neus op de feiten werd gedrukt, besefte ik maar al te goed dat het klimaat niet gunstig was om er zomaar in te vliegen.  Vanaf dat moment heb ik geleerd dat oeverloos geduld een schone deugd is en soms …een ultra propere deugd kan zijn…

Indien ik deel had uitgemaakt van de softie bedenkers van bovenstaande slogan was mijn keuze eerder gevallen op een boodschap met een vrolijke teneur zoals ‘dertig dagen positief’  alhoewel ik hier onmiddellijk een kanttekening bij maak.  We weten allemaal dat er overal op de aardbol mensen in de problemen komen door té positief te zijn, denk maar aan een zekere coureur woonachtig in de onmiddellijke omgeving van ‘Karl van den teevee’.  Laten we de pechvogel – de coureur bedoel ik  – voor de gelegenheid voluit M. P. noemen.  De onfortuinlijke renner was iemand die – gezien zijn overdosis positieve energie – bergen kon verzetten, vandaar dat hij dé favoriet was voor de bergtrui in de Tour de France van achtenzeventig..  Op de beklimming van l’ Alpe d’Huez kwam onze flandrien als allereerste  boven op de top, al had hij wel serieus zijn ‘peer’ gezien…en de koerscommissie jammer genoeg ook.  Bijgevolg werd de bergkoning stante pede gediskwalificeerd omwille van zijn te hoge dosis ‘positivisme’.  Moraal van dit intriest verhaal: ondankbaarheid is ’s werelds loon.

De campagne ‘dertig dagen zonder klagen’ kwam als geroepen voor onze politici van eigen kweek in het vooruitzicht van de komende gemeenteraadsverkiezingen.  Het gaf hen  de nodige tijd om terug op adem te komen na al dat moddergooien naar elkaar de laatste maanden.  Tijd dus om bijvoorbeeld een …‘warme’ douche te nemen al zit de kans er dik in dat een aantal politici in oktober van dit jaar, getrakteerd zal worden op een onverwachte supplementaire douche, een ijskoude douche welteverstaan, met de groetjes van de ontevreden kiezer…

Johan Devos – 10 februari 2018


 

Samen sterk door ’t saam te werken…

Enkele jaren terug deed er zich een kleine aardschok voor in een hooggelegen deelgemeente van Houthulst.  Die lichte schok – onzichtbaar op de schaal van Richter – was echter niet te wijten aan het feit dat dit leuke dorp zich situeert op de top van een hoge berg maar omdat er zich op die heilige plaats een bovenmenselijk drama heeft afgespeeld.  De tragedie deed zich voor in een medisch pedagogisch instituut voor mensen met een beperking.  Zonder enige wettige reden heeft Maria – de moeder van de goede God –  ’t saam met een heel nest autochtone en allochtone engelen, haar C4 gekregen met als logisch gevolg dat het kleurrijke gezelschap van de ene op de andere doordeweekse dag, doorweekt en onderkoeld – want het regende lelijke oude wijven – op straat stond.  Van een opzegvergoeding was er geen enkele sprake zelfs al deed het bovenmenselijk drama zich voor onder het toeziend oog van de christelijke, socialistische en liberale vakbondsafgevaardigden.  Sommigen onder die rare lui hebben achteraf zelfs een feestje gebouwd tot in de vroege morgenuren.  Hetzelfde fenomeen deed zich vandaag voor in onze stad aan de ijzer.  Sint Aloysius, een doodbrave heilige met een onbesproken reputatie, kreeg van de directie van een fusieschool zijn C4  op een A4 en mocht, na 150 jaar trouwe dienst, zijn rats versleten valies pakken, zonder enige opzegvergoeding en tevens onder het toeziend oog van de christelijke, socialistische en liberale vakbondsafgevaardigden.  Van een gepland feest tot in de vroege morgen heb ik voorlopig nog geen enkele weet. De vraag die iedereen beroert is of de twee voornoemde feiten iets met elkaar te maken hebben alhoewel er ijzersterke vermoedens zijn dat er boze krachten, met de Satan aan het hoofd, hun krachten aan het verenigen zijn om ’t saam, alles wat te maken heeft met heiligen, sinten of goden, met de grond gelijk te maken. Vreemd genoeg is dat de plaatselijke kerkelijke gezagsdragers doen alsof ze een bloedneus hebben. Misschien is er eentje onder hen die zich om de een of andere duistere reden heeft laten inpakken en moeten de anderen hun lippen vroom op elkaar houden.  De toekomst zal het uitwijzen.  Of misschien juist niet…

Johan Devos – 21 januari 2018


 

De warmste week van het ganse jaar

Op een mistige maandagmorgen in december hadden Bert en Sien mij gevraagd om hun kelder te dichten. In een eenvoudig gedicht van een tiental verzen heb ik de klus geklaard. Toen ik, opgelucht en voldaan, het stijlvolle etablissement verliet botste ik frontaal op een blonde dame van middelbare leeftijd in een afgedragen bontmantel en veel te hoge hakken. Haar ogen schoten vuur alsof zij op elk moment in vlammen kon opgaan. Uit veiligheidsoverwegingen deed ik enkele passen achteruit. ‘Kan je niet beter uit je ogen kijken ”stommeling” of ben je misschien blind’ snauwde het onmens mij luidkeels toe. ‘Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil, oogverblindende schoonheid’, suste ik haar – de kerstboodschap indachtig – maar veel liever had ik haar verwijt beantwoord met de meerkeuzevraag ‘excuseert u mij blondie, welke naam associeert er – naar uw bescheiden mening – het best met uw persoonlijkheid en outfit: bitch, kakmadam of kutwijf? Ik geef u tien seconden bedenktijd en mocht u geen antwoord vinden binnen de limiet mag u gerust een gok wagen.’ Met dank aan mijn gezond verstand en zelfbeheersing heb ik mij op de valreep kunnen bedwingen Gelukkig maar want in tijden van grensoverschrijdend gedrag is het aangewezen om op je woorden te letten, vooral op woorden waar een … geurtje aan zit. Ondertussen was het monster met de vuurspuwende ogen uit mijn gezichtsveld verdwenen. Een Afrikaanse man die de autochtone aanvaring had zien gebeuren, stapte naar me toe, legde zijn zwarte hand op mijn blanke schouder en informeerde heel bezorgd of alles oké was met mij. Ik had de man onlangs ontmoet in gezelschap van zijn Afrikaanse vriendin, tijdens een lange wachtrij aan de kassa van een supermarkt. Hij is fulltime werkzoekende in de bouw en zijn vriendin is halftijds werkzaam in de poetsdienst en halftijds …zwanger. Sedert onze eerste ontmoeting doen we steeds een babbel als we elkaar – op een weliswaar beschaafde manier – tegen het lijf lopen. Het ebbenhouten koppel communiceert met mij in ‘Nederlands voor beginners’ en ik praat met hen in ‘gebroken Congolees.’ Dat geeft ons het mondiaal gevoel dat wij openstaan voor elkanders cultuur. Bij elke ontmoeting valt het mij op dat Afrikanen een intrieste blik hebben, wellicht te wijten aan het feit dat onze westerse samenleving een stuk killer is dan de hunne met uitzondering van onze warmste week van ‘t jaar. Men zegt van zwarten dat ze… zwart zijn en recht voor de vuist, wat ze soms iets te letterlijk durven nemen omdat zij niet echt wakker liggen van één of twee blauwe plekken gezien blauw op zwart heel moeilijk te onderscheiden is. Van blanken wordt gezegd dat dat ze niet altijd te vertrouwen zijn, vooral diegenen die het voor het zeggen hebben. Met hun rechter geven ze je een hand en met hun linker een fikse boete. Gisteren ontmoette ik mijn Afrikaanse vriend opnieuw aan de kassa van een supermarkt. Zijn blik stond op oneindig. De immer vriendelijke kassierster van allochtone afkomst met haar fel geschminkte cinema ogen deed een vergeefse poging om een glimlach los te futselen van zijn triest gezicht. ‘ Vergeet je factuur niet’ grapte ze, toen ze hem glimlachend goede avond wenste, wellicht niet beseffende dat Afrikanen alles kopen in het zwart. Bijgevolg werd mijn Congolese vriend nog een stuk triester dan voorheen. In het naar buitengaan gaf ik de zichtbaar aangeslagen man een doosje ‘La vache qui rit’ in de stille hoop dat de brede glimlach van de lachende koe aanstekelijk zou werken en …jawel, op hetzelfde moment zag ik zijn gelaat veranderen van zwart-wit naar kleur. ‘Doe de groeten aan je hoogzwangere vriendin,’ riep ik hem nog na. Twee dagen na Kerstmis kreeg ik een kaartje in de bus waarop te lezen stond, ‘Ons is een kerstekind geboren. Hallelujah! Het is een vrouwtje en het luistert naar de naam Charité, als eerbetoon aan de duizenden vrijwilligers die zich hebben ingezet tijdens de warmste week van ‘jullie’ Vlaanderen.
P.S. Wij zijn dringend op zoek naar een peter voor onze kleine meid, bij voorkeur een niet bange blanke man, met een vriendelijk en intelligent voorkomen, een lengte van exact één meter zesentachtig en …geen dikke westerse buik. Mocht jij soms iemand kennen die aan dit profiel beantwoordt Johan..?’

Johan Devos – 13 januari 2018


 

Koffie zwart of met een wolkje melk

Sedert enkele maanden heb ik de goede gewoonte aangenomen om mij elke maandagmorgen stapvoets naar onze boterstad te begeven met eindbestemming ‘Westpoort’.   Een dergelijke  wandeling  lijkt mij broodnodig om een drietal redenen. Ten eerste  om mijn fysieke conditie onder controle te houden.  Ten tweede om inspiratie op te doen voor mijn maandelijkse column op eDiksmuide.   Ten derde…ben ik nu wel even kwijt zeker…  Maar tot daar nog aan toe.  Inspiratie voor het cursiefje van deze maand heb ik opgedaan in bovengenoemd praatcafé in combinatie met een grote verkoudheid omdat het gedurende de ganse trip constant oude en lelijke wijven regende.  Sorry voor deze ondergewaardeerde uitdrukking.  De oude wijven  zullen er  wellicht niet mee kunnen lachen. De lelijke nog veel minder. Alleluja!  Een wekelijkse klant van de ‘Westpoort’ die wenst anoniem te blijven – wat ik ten zeerste respecteer Monique – vertelde mij tussen pot en pint dat, gezien het feit ik regelmatig gespot wordt in afwezigheid van  mijn wettige echtgenote, er vurige tongen – vrouwentongen uiteraard – durven beweren dat wij niet langer meer als paar, maar als ‘onpaar’ door het leven gaan, of in eenvoudige woorden gezegd, dat wij weg zijn van elkaar.  Dat ik wég ben van mijn vrouw is een feit.  Trouwens, ik kan geen enkele reden bedenken waarom ik bij haar weg zou gaan want ze is nog steeds even Bel en Bo.  Niet dat ik haar in de etalage wil plaatsen naar aanleiding van de komende  koopjesperiode want straks is ze toch nog weg van mij met een fikse korting bovenop.  De oorzaak van dit misverstand ligt voor de hand. Het heeft te maken met een ernstig taalprobleem, eentje van ‘accent aigu’ accenten.    Er is echter een  groter probleem dat  van mijn hart moet omdat het op mijn… lever ligt.  Een soort van intellectueel probleem  waarmee ik al geruime  tijd worstel.  Telkens ik  aan mijn koffie nip voel ik een pijnscheut in mijn rechteroog, een fenomeen dat ik heb voorgelegd aan een vrouwelijke oogarts die –  nog veel liever dan Monique – wenst anoniem te blijven.  Tezelfdertijd heb ik dit verschijnsel toevertrouwd  aan een  gerenommeerd arts die zich onlangs heeft opgewerkt tot kastelein.  Beide deskundigen stonden echter met hun professionele mond vol tanden.  Of bijna vol tanden. Zelfs na vervaarlijk lang nadenken.   Alhoewel ik hen kon meegeven dat ik de pijnscheut niet voel als ik het lepeltje uit de tas verwijder vooraleer ik drink.  Nochtans lijkt een oplossing  voor dit mysterie voor het rapen.  Naar het schijnt hebben slimme mensen het nogal moeilijk met de meest eenvoudige dingen  Noem het een soort van intellectuele handicap.  Vandaar dat ik pleit voor een bijkomend ingangsexamen  voor kandidaat-studenten aan de faculteit geneeskunde waar er wordt gepolst naar het ellebooggevoel van de student.  Het zou de ziekenhuispatiënten en hun familie alvast veel nodeloze ellende besparen. Mocht u – geachte lezer van dit forum –  geen last hebben van die intellectuele dinges, gelieve u dan dringend tot mij te wenden want wellicht is er een  logische verklaring voor de pijnscheuten in mijn rechteroog.  Voor elke bruikbare tip die ik binnenkrijg heb ik een kleine beloning voorzien.  Wat dacht je  van een lekker kopje koffie, zwart of met een wolkje melk en  een speculazen koekje in een Diksmuidse koffiebar naar keuze?  A propos, aan diegenen met overgevoelige ogen geef ik nog het volgende mee: vooraleer u van de koffie nipt,  gelieve eerst het lepeltje uit de tas te verwijderen, want je weet maar nooit…

Johan Devos – 9 december 2017


 

De teleurgang van den boerenstiel

Er was een tijd dat  landbouwers nog heel welstellend waren.  In de jaren zestig keerde het tij en begonnen de boeren achteruit te boeren.  Op 23 maart 1971 was er een mars op Brussel omdat ze zich bedreigd voelden in hun bestaan. Elke boer in het bezit van een tractor, een drietand en een hoopje stinkende  mest, vertrok richting Brussel om er bij het Ministerie van  Landbouw aan te kloppen.  Dit laatste geschiedde blijkbaar iets te hard want de ravage was compleet.  De Brusselse binnenstad leek één grote puinhoop, zoals onze boterstad op vandaag.   Dagen achtereen bleef het stinken naar de boer die met de staart tussen de benen en zijn drietand halfstok, door de verantwoordelijken van het landbouwbeleid met zijn zatte kluiten in het riet werd gestuurd. 

Hulp  kwam er vanuit onverwachte hoek toen de jong – socialisten van onze boterstad – met nog geen boter op hun hoofd – de passie preekten voor de boeren en startten met een wekelijkse boerenmarkt.  Niet evident  vind ik want als de sos hun passie preekt wat gebeurt dan met de ganzen?   Tenzij het de bedoeling was om de argeloze schepen van landbouw een politieke loer te draaien.  God mag het weten.  Alhoewel God en de socialisten…Hoe dan ook, de boerenmarkt werd een  megasucces dat echter op vandaag wat minder mega is. De boer ligt immers niet zo goed meer in de markt. Zo lijkt de kans reëel dat de boer- in een heel nabije toekomst – een beschermde soort zal worden zoals de huismus en de kauw.  Bijgevolg zal je ze niet meer zomaar mogen afschieten tenzij je een vergunning hebt of…er een kleine boete voor over hebt.  Wat maakt het trouwens uit, een boete meer of minder?.  Diksmuide is op vandaag zelfs beter gekend als ‘boetestad’ dan als  ‘boterstad’.  Misschien geen slecht idee  om een ‘boete – processie’ te organiseren in samenspraak met de honderden slachtoffers van het onnozel parkeerbeleid van de gemene raad.  Diksmuide zou er bijgevolg een attractie van formaat bij krijgen en in de kortste keren nationale  bekendheid verwerven als ‘boete – stad’.
Met deze opbeurende gedachte in mijn achterhoofd viel ik na een avondje uit  in een diepe slaap en kwam in een totaal andere wereld terecht. Islamitische Staat had alle boter van tussen onze boterhammen gehaald.  Onze burgemeester en alle schepenen waren een kopje kleiner gemaakt behalve de baas van het maatschappelijk welzijn.  Blijkbaar oordeelde IS dat het zo al voldoende was…  Alle mandaten waren een voor een aan de zwijnen gevoerd.  Aan de echte zwijnen dan. Probleem voor altijd  opgelost.  De voltallige gemene raad was ontbonden en naar huis gestuurd. De initialen op de IJzertoren AVV VVK hadden hun betekenis ingeruild voor ‘Allah Voor Vlaanderen’ Vloek Voor Kaloten’.  De ontredderde directeur van de toren had zich overgeleverd  aan de papegaei en mocht zich bijgevolg tevreden stellen met de formule ‘kots en inwoon’ bij zijn toeverlaat Barbara.  Deken Wilfried had van hetzelfde laken een  broek gekregen.  Zijn voormalig half leeggelopen heiligdom was herschapen in een stampvolle moskee.  Allah zij dank had de Imam hem een postje toebedeeld als plaatselijke omroeper voor het wekelijkse vrijdaggebed.
Toen ik deze nieuwe wereld met lede ogen aan het overschouwen was kraaide de dolgedraaide haan van de overburen voor de  derde keer en maakte een einde aan mijn vreselijke nachtmerrie.   Meteen kreeg ik het gevoel alsof ik mijn stad verraden had in ruil voor dertig mandaten, waarvoor mijn oprechte excuses aan de burgemeester en de voltallige gemene raad.  En voor dat verraad wil ik gerust boeten.  Op voorwaarde tenminste dat alle stomme  parkeerboetes van het afgelopen jaar in mindering worden gebracht, zo niet stap ik mee in de voorste rij van de eerstkomende boete – processie…

Johan Devos – 10 november 2017


 

Tederheid

Vandaag was ik op de begrafenis van een lieve dame die reeds enkele jaren ziek was.  Zij laat een algoede echtgenoot achter  – waarmee ze een uitstekende liefdesrelatie had – en schatten van kinderen en kleinkinderen.  Tijdens de homilie verkondigde de pastoor dat er op vandaag veel jonge mensen schrik hebben om een relatie aan te gaan omdat de media hen in de war brengen door te hoge verwachtingen te scheppen met betrekking tot hun seksleven.  Nochtans is tederheid – benadrukte de predikant – de beste basis voor een goede en duurzame relatie. Het is seksualiteit in de meest verheven vorm en alle  technische kennis is van bijkomend belang.  Tot zover de wijze woorden van die pastoor.  Nochtans heeft een gebrek aan seksuele bagage mij mijn  lief gekost. Mijn eerste lief nota bene. Wij zaten samen in de vijfdes op een katholieke school.  Zij viel meteen op mij, ik was meteen op haar en in één twee drie werden wij een koppel.  Amper een tweetal weken later vroeg ze naar mijn favoriete standje.  ‘Handstand,’ antwoordde ik heel fier,’van mijn grote broer geleerd en mijn voorlopig record is twintig tellen.’  Een weekje later heeft ze mij  omgeruild voor Li, een klasgenoot van Chinese makelij en bovendien mijn toenmalige beste vriend.  Halverwege de jaren vijftig is de jongen, samen met zijn pa en ma, in ons landje aangespoeld.  Dat Li mijn lief had afgesnoept vond ik niet eens zo erg, zij was tenslotte mijn genre niet.  Waar ik wel serieus mee zat was het feit dat  mij zoiets werd gelapt door mijn allerbeste vriend, van wie ik bovendien zijn leven had gered.  Het incident deed zich voor  tijdens het ‘Gebed van de Heer’.  De vijfde zin van het Onze Vader las de Chinese boy steeds als volgt: ‘ geef ons heden ons dagelijks bloot’, maar op  een kwaaie dag vermoedelijk iets te enthousiast, gezien het de godsdienstleraar ter ore kwam.  De ongeluksvogel mocht het bijgevolg gaan uitleggen aan de directeur en werd ei zo na van school gestuurd.  Had ik mij toen de moeite bespaard om de schoolbaas te overtuigen dat het hier iemand betrof van Chinese origine, dan had het drama zich allicht voltrokken.  Uiteindelijk heb ik het Li kunnen vergeven dat hij mijn lief had afgepakt, die ondertussen mijn vriendin  geworden was.  Toen ik een vijftal jaren later werd uitgenodigd naar de doopreceptie van hun eerstgeborene  en het kindje aanschouwde zei ik plagend tot mijn ex, ‘wat een pracht van een baby zeg, hoogstwaarschijnlijk niet het resultaat van een simpele handstand.’  Terwijl ik dit artikel aan het schrijven was  kwam mijn kleinzoon van negen binnengestormd.  ‘Kijk eens opa wat ik al kan’  riep de jongen uitgelaten, nam mij vervolgens mee naar buiten, zette zijn twee handen op de grond, zijn beide voeten tegen de muur en zei heel plechtig ‘en tel nu maar tot twintig opa’, dat is mijn voorlopig record.’   Op dat eigenste moment wist ik met de allergrootste zekerheid dat die kleinzoon van mij in het spoor van zijn opa zou treden.  En dat hij bijgevolg zijn lief zou kwijtspelen aan zijn beste vriend.  Wellicht zijn eerste lief.  Zo opa, zo kleinzoon.  Toen ik mijn laptop dichtklapte vroeg mijn vrouw   ‘en is het weer om seks te doen?’   ‘Jawel.’ bevestigde ik, ‘maar wel over seksualiteit in haar  meest verheven vorm: de tederheid.  Deze morgen gehoord uit de mond van een wijze predikant,  tijdens de uitvaart van een lieve mevrouw in een kleine dorpskerk van Groot – Diksmuide.  ‘Je gaat er gevoelig op vooruit,’ juichte ze  ‘en dat verdient een dikke knuffel.’  Meteen kreeg ik het gevoel dat ik in een andere wereld was beland, een wereld waarover de pastoor het had. Een wereld met enkel en alleen maar goedheid en …tederheid…

Johan Devos – 14 oktober 2017


 

.Wie schrijft die blijft

Wij leven in een tijd waar alles niet vlug  genoeg kan gaan.  Met het gevolg dat je voortijdig wordt geconfronteerd met je uiterste vervaldatum.  De avond van onze trouwdag zat  ik nog lang niet opgezadeld met een dergelijke dwanggedachte.  Toen was ik nog een momentwezen net zoals mijn kersverse Riet.  Nadat wij voor de allereerste keer onze ‘witte-broods-matras’ – aangekocht  bij het befaamde matrassenhuis – langs alle kanten hadden uitgeprobeerd jubelde mijn lieve echtgenote ‘ik heb er ontzettend van genoten’.  ‘Van onze matras’ voegde zij er plagend aan toe.  Op vandaag is ze niet meer zo kersvers als toen – mijn Riet – maar wel  nog steeds even lief, vandaar dat ik haar nog niet heb ingeruild voor een …nieuwe matras.  Ik heb mij trouwens steeds  heel  bewust op kuise  afstand gehouden van vreemde matrassen omwille van mijn katholieke achtergrond.  Evenwel ontken ik niet dat ik bij momenten fantaseer over  matrassen van een jongere datum.  ‘Niets om fier over te zijn Johan’! zou deken Wilfried mij berispen ‘want je pleegt echtbreuk in je hart als je droomt over vreemde matrassen’.  Alhoewel mijn herder wellicht weet dat zijn arme schaap zichzelf niet beschouwd als een fanatieke volgeling van de traditionele roomse kudde doch  veeleer als een afgeroomd exemplaar of een light versie van het origineel. 

Op mijn dertigste verjaardag kreeg ik een opdoffer vanjewelste.  Dertig jaar, het afscheid van een jeugd waarvan ik  dacht dat er nooit  een einde aan zou komen, alsmede het besef dat het vanaf dat moment enkel en alleen maar bergaf kon gaan.  Ik heb er toen enorm van afgezien.  Maar zoals dat gaat met karaktervolle mensen ben ik dit heel snel te boven gekomen.  Dat bijna ondraaglijk gevoel van destijds heb ik sindsdien niet meer gekend bij het aansnijden van een nieuwe voordeur.  Gevoelens kunnen echter veranderen en tijden eveneens.  Alhoewel.  Als ik vandaag voor de spiegel sta, vraagt mijn vrouw na twee minuten ‘en ben je weeral klaar’?  Iets wat ze regelmatig vroeg in mijn jongere jaren maar dan in heel andere omstandigheden.  Mijn vraag aan haar ‘en ben je nu nog niet klaar’? is echter al die tijd onveranderd gebleven, of ze nu voor de spiegel staat of niet. 

Vrouwen en mannen, ze komen niet alleen van een andere planeet, ze zijn ook uit een ander soort  klei gebakken. Nu ik op vandaag met een ‘laatste rechte lijn gevoel’ zit opgezadeld, bundel ik al mijn krachten om nog een laatste keer een  prestatie neer te zetten om U tegen te zeggen, de spreuk indachtig dat wie schrijft beklijft.  Nog een klein poosje nablijven na mijn dood is mijn oprechte wens.  Op niet – schoolse  wijze dan.  Zoals Dimitri Verhulst over de  helaasheid der dingen’, Stijn Streuvels met de  teleurgang van de waterhoek of onze bloedeigen Maria Doolaeghe met haar avondlamp.  Stad Diksmuide heeft de dichteres zelfs postuum een straat cadeau gegeven.  Een heel gevaarlijke zelfs.  Dat is echter niet aan mij besteed.  Ik ben trouwens al heel content met een eigen huisnummer.  Anderzijds is schrijven  –  toch wat mij betreft – het ultieme middel om mij van het ene op het andere moment in een virtuele wereld te begeven om er even te bekomen  van de emoties van de dag of om iemand een dringend bezoekje te brengen.  Wat ik trouwens  seffens ga doen want binnen een dik kwartier word ik verwacht in Amsterdam door mijn beste vriend en gerenommeerd dichter Huub. Hij wil mij spreken onder vier ogen en een dubbel aantal ‘Amstelkes’.  ‘Kotst wat het kotst’, voegde hij er sarcastisch aan toe.  Wedden dat hij Willeke – zijn voorlopig laatste lief – heeft ingeruild voor een nieuwe vlam en haar dringend aan mij wil voorstellen?  Dit scenario past uitstekend in de denkwereld van mijn algoede vriend Huub want zijn dichterlijke vrijheid kent echt geen grenzen meer de laatste tijd…

Johan Devos – 9 september 2017


 

De keien van de Weststraat

Niemand kan ontkennen dat de ‘West – straat’ een pareltje geworden is.  Door de twee rijen pas aangeplante bomen – van een voor mij nog onbekend merk – zal ze mettertijd zelfs de allure krijgen van een ‘West – laan’.  Al zijn er nog een paar kleine ongemakken.  Dit ondervond mijn zus toen zij ter hoogte van het ‘appeltje voor de dorst’ plat ter aarde viel over een van de laag uitgesneden decolletés onderaan die onbekende bomen. Gelukkig had ze niet zoveel gebroken, enkel en alleen haar splinternieuwe peperdure bril.  Zij had er echter een verschrikkelijke dorst aan overgehouden door aardig in het stof te bijten.  Een  dorst die de aanstormende en overbezorgde kantoorhouder Rik van ‘het appeltje voor de dorst’ niet kon laven wegens gebrek aan voldoende middelen.  Appelen bedoel ik. Mijn zus zou het voorval meteen melden aan de burgemeester, zei ze.  ‘Niet doen vermaande ik haar, dat  arme mens zit nu reeds op de rand van een zenuwinzinking  omwille van de enorme schuldenberg waar zij elke  dag met haar neus zit op te kijken en dat zou wel eens de druppel kunnen zijn die haar doet overlopen’. Soms heb ik echt  compassie met vrouwelijke politici omdat ik vermoed dat vrouwen – zelfs de meest felle exemplaren – toch nog  iets zwakker uitvallen dan mannen, met uitzondering van de federale Maggie die wél tegen een stootje kan, vandaar haar bijnaam …’de blok’. 

Terwijl mijn zus het stof van haar kleren schudde, kwam zatte René wankelend uit zijn deurgat gesukkeld, een jonkman van zestig met een vieze klak op zijn grijze kop en een broek met brede pijpen die zowat tien centimeter te kort zijn.  ‘Staat er misschien water in je kelder ‘ plaagde ik hem.  ‘Lach maar kameraad’ grinnikte hij ‘en wees maar blij dat jouw kelder droog is, als je een kelder hebt tenminste!’ ‘Weet je’ vervolgde de zatlap, ‘als er in deze straat paniek uitbreekt om een of andere reden, dan is elke angsthaas die ijlings naar zijn kelder vlucht, een potentiële prooi om op korte tijd te veel water in zijn longen te krijgen.   René is vooruitziend en heel wijs – spijts zijn vieze klak – niet alleen omdat hij jonkman is gebleven maar eveneens omdat hij over een dosis nuchter verstand beschikt en dito inlevingsvermogen, waar de meeste politici van vandaag niet aan kunnen tippen.  Nochtans zou je mogen verwachten dat ze zich op zijn minst de moeite zouden getroosten om een praatje te slaan  met een simpele jongen zoals ik – hetzij over communicatie en burgerparticipatie met de ietwat schuchtere en gesloten Kurt van de nochtans sp.a-OPEN, tijdens een gezellig en sober onderonsje – bij onze vermaarde drie sterrenchef François in zijn ‘Maison chez père et mère’ of over de bloemetjes en de bijtjes met de immer speelse en frivole Bieke van ruimtelijke ‘wanordening’ tijdens een vroege ochtend wandeling in de botanieken hof, of over koetjes en kalfjes en onwelriekende mestoverschotten met Martin van Landbouw in het landelijke Beerst – Blote, of tenslotte over excentrieke haarmode in een tête-à-tête met ons herfstkleurig Karlineke van cultuur ten huize van de ‘met een zwak voor fijne humor en open – minded’ dames en heren kapster Turit, dit maakt voor mij niet zoveel uit want geen enkel thema is mij vreemd en voor elke ideologie staan mijn deuren open.  (amai dat was een lange zin zeg, ene à la Jef Geeraerts, of is dit een understatement?).  Doch blijkbaar is het voor veel plaatselijke politici beneden hun waardigheid om eventjes lekker te chillen met jongens zoals ik.  Nochtans vliegen er in onze boterstad ook witte merels rond zoals mijn naamgenoot en zielsverwant Johan.  Zijn hart en nieren zitten op de juiste plaats alsook de meeste van zijn cruciale onderdelen.  Hoop ik toch.  Zijn luistervaardigheid gaat zelfs zo ver dat hij er bij momenten een ‘oorgasme’ van krijgt.  Laatst was ik in het CM – lokaal getuige van een aangrijpend tafereel.  Rechtover mijn naamgenoot zat er een uitgeprocedeerde Moslima met een ‘koffie met melk’ gekleurde baby van anderhalve maand op haar schoot.  Toen ze haar tragisch verhaal uit haar hoofddoek deed was mijn zielsverwant zo ontroerd dat hij tot tranen toe bewogen werd.  Spontaan nam de gesluierde Moslima de heilige doek van haar hoofd om het stil verdriet van zijn bedrukt gezicht te vegen.  Meteen dacht ik aan de ontroerende passage uit de Heilige Schrift waar Maria Magdalena de stinkvoeten van Jezus van Nazareth met toegeknepen neus grondig inzeept met ‘sunlightzeep’, deze vervolgens wast met gewijd water en ze uiteindelijk netjes afdroogt met haar wilde zwarte haren.  Een dergelijk bijbels scenario zou ik Johan echter ten stelligste afraden want de stank is nu al niet te harden in dat muffe ‘ziekenbondslokaal.  Best is dat hij zijn zweetvoeten nog even thuis houdt tot er een nieuw en fris lokaal tot leven komt.

Nu de verkiezingskoorts langzamerhand begint te stijgen  heb ik een lijstje gemaakt van mijn persoonlijke favorieten met Johan ruim op kop omwille van zijn bovengenoemde kwaliteiten, zijn engagement in de samenleving en …zijn knappe  Swazi.  Hij houdt zich onder meer onledig met een project voor de lokale bevolking in Swaziland.  Een gezond alternatief voor het eindeloos gezever en gezwets van inheemse en uitheemse zageventen in het Manehoekje over de schamele opbrengst van 12.12. Mijn superfavoriet vertrekt namelijk heel binnenkort voor de zoveelste keer naar het geboorteland van zijn vlam en dit trouwens helemaal alleen. ‘Allijn is nochtans maar allijn’ zei ik onlangs nog tot haar.  ‘Waarom ga jij eigenlijk niet met hem mee’? nodigde ze mij uit.  Ik kon haar toen onmogelijk verklappen dat de  bij momenten heel erg  oplaaiende vlam van haar, uitgerekend mij als zijn vertrouweling heeft uitverkozen om op zijn Swazi te passen tijdens zijn afwezigheid.  Een dergelijk aanbod zou ik nooit of nooit afslaan want voor Johan heb ik heel veel over. ‘Zorg maar dat je niet in Swaziland zit  tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar, zo niet kan ik je bollekes niet kleuren’, zei  ik laatst tot hem.  Mijn – meestal toch – lieftallige echtgenote is ook van plan om al zijn bollekes te kleuren – allemaal binnen de lijntjes hoop ik – omdat hij zodanig met haar is begaan dat hij al het geld van ‘mijn’  ziektebriefjes op ‘haar’ rekening stort.  Het ene plezier is het andere waard vindt mijn vrouw.  En ze heeft groot gelijk. Zoals de meeste vrouwen altijd hebben…

Johan Devos – 24 juni 2017


De Sloveense schone en haar beest

Elke avond kijk ik met verlangen uit naar het journaal in de stille hoop wat nieuws op te vangen over het Witte Huis, niet uit interesse voor Donald – voor mij kan hij de pot op –  maar om een eventuele glimp op te vangen van zijn beeldschone vrouw.  Jammer dat zij steeds in zijn schaduw loopt, alhoewel ik normaliter hou van vrouwen die in de schaduw lopen van hun man maar voor Melania maak ik graag een uitzondering.  Met haar mysterieuze ogen en wild gestylede haren, haar twee prachtige symmetrische rondingen en een elegant poepje, brengt die Sloveense schone wellicht heel wat mannen van streek.  Mannen met goede smaak welteverstaan, zoals ik.  Met mij doet het zelfs nog een ietsje pietsje meer. Haar verschijning prikkelt  zodanig mijn zinnen dat ik er hartkloppingen en draaiingen aan overhoud.  Volgens de baas van het stijlvolle stadskaffee ‘De Westpoort’, gerenommeerde huisdokter in een vorig leven en tevens een man met goede smaak, is dat een fenomeen dat zich enkel en alleen voordoet bij hoogst gevoelige personen die tezelfdertijd heel bescheiden en intelligent zijn.  Zijn vrees is dat ik er zal moeten mee leven omdat er geen enkele remedie voor bestaat. Hij vertrouwde mij bovendien toe dat hij ziek is in hetzelfde bed.  Met die Melanianese bijwerkingen moeten leven lijkt mij niet zo erg want niets is mij te veel voor haar.  Het feit dat de voormalige dokter ziek wil zijn in hetzelfde bed streelt enerzijds mijn imago omdat  het nogmaals getuigt van zijn goede smaak maar anderzijds verontrust het mij een beetje want wie weet worstelt hij al een tijdlang met zijn identiteit…

Bij het presidentieel bezoek aan Brussel waren alle ogen gericht op de Sloveense schone  toen zij haar beest met een brutale beweging afwees omdat hij handtastelijke bewegingen maakte.  Een Sloveense journaliste beweert dat zij op dat eigenste moment het Sloveense woord ‘jebi’ over haar sensuele lippen liet rollen, wat ‘fok joe” betekent in het dialect van eigen kweek.  In een verwoede poging zijn imago uit de brand te slepen heeft Mc Donald de ministers van defensie van de NAVO-lidstaten  nadien een flinke bolwassing gegeven alsof ze medeplichtig waren aan dit incident. 

Het meest memorabele tafereel speelde zich echter af in  het Universitair kinderziekenhuis Koningin Fabiola te Laken, toen de first lady, in gezelschap van Mathilde en een aantal zieke kinderen, bloemen zat te knutselen en de magische woorden uitsprak ‘en wat vinden jullie van mijn bloemetje’?  Toen had Ik haar in het oor willen fluisteren, ‘mijn lieve Melania, een mooier bloemetje dan het jouwe, heb ik in mijn gehele leven nog nooit gezien.  Alle honingbijtjes zouden verlekkerd zijn op je nectar en ik niet het allerminst.  Ik zou je bloemetje dag en nacht koesteren, het flink bestuiven indien het er nood aan heeft en voldoende water geven als het met uitdroging wordt bedreigd vanwege de toenemende klimaatopwarming van onze planeet, iets waar dat onnozel manneke van jou  niet eens in gelooft.  En by the way, mijn lieve Melania, wat heeft dat beest van jou, dat zich om de haverklap ‘trumpeert’,  meer dan ik behalve  een verkeerde kop aan zijn lijf, een fastfoodbuik, een hoopje dollars, een slechte reputatie, dito attitudes en een overvolle  mand vuile vieze onderbroeken?  Breek met die seksist Melania nog voor het te laat is,  zo niet zal je bloemetje binnen de kortste keren verwelkt zijn’. 

Eerlijk gezegd, moest ik vandaag voor de keuze worden gesteld,  veertig  maagden in de hemel of één enkele Melania hier op aarde, dan koos ik resoluut voor deze laatste.  Onder meer om wiskundige redenen.  Een eenvoudige rekensom illustreert dat veertig maagden aan een gematigd tempo van twee per week reeds na twintig weken volledig zijn opgebruikt, met het risico van dien dat er achteraf een aantal van die ontmaagde meiden in een mum van tijd geradicaliseerd zijn  tot …bazige wijven.  Dan wordt de hemel een hel.  Met die nachtmerrie in petto zou ik niet kunnen leven.  Dan nog liever een derde wereldoorlog…

Johan Devos – 10 juni 2017


De sexy oorbellen van mijn oogarts

Ik zoek een rustig plekje op het zonneterras van het stijlvol en gezellig stadskaffee ‘De Westpoort’, in de hoop er wat last minute inspiratie op te doen voor de slotzin van mijn volgende column.  Ik bestel een koffie aan de charmante  dame des huizes, klap mijn laptop open en herlees mijn cursiefje voor de allerlaatste maal:

“Ze is een beetje mollig en aan de kleine kant, iets wat zij poogt te compenseren met een aangepaste dosis pretentie.  Pretentie is een uit de hand gelopen vorm van trots.  Zo heeft ze haar diploma – met de grootste onderscheiding – uitvergroot tot een formaat van  buiten categorie.  Daarenboven hangt het heel ostentatief en rijkelijk ingelijst in de wachtruimte van haar kabinet, alsof het een meesterwerk was van Rubens of Van Gogh. Haar bagage aan emotionele intelligentie daarentegen zou ongetwijfeld hebben geleid tot een tweede zit.  Waag het bijvoorbeeld nooit te zeggen ‘ ik heb de indruk dokter dat mijn gezichtsvermogen zienderogen achteruit gaat’ want dan riskeer je steevast een ‘aan je rimpels te oordelen verwondert het mij niet echt’.   Op vragen waarop ze niet onmiddellijk een antwoord kan verzinnen, neemt ze haar toevlucht tot de dooddoener ‘ik heb geen glazen bol’.  Vervolgens laat ze een berekende stilte vallen om de  absurditeit van de vraag te accentueren.  Resten nog de vragen waar ze zich zodanig aan ergert dat ze prompt in de aanval gaat.  Zo liet ik me enkele maanden terug  ontvallen dat ik  informatie had gezocht op een medische website, in verband met eventuele bijwerkingen van een door haar voorgeschreven ‘oogdruk verlagend middel’.  Toen er op dat eigenste moment een verpleegkundige de consultatieruimte binnenkwam, richtte ze zich tot haar en zei:  ‘ en dat hier houdt zich bezig met het surfen naar informatie op internet’.  Ik die er steeds was van uitgegaan dat ik een ‘die’ was, werd op slag gedegradeerd tot een ‘dat’.  Soms tovert ze woorden uit haar beperkte woordenschat die totaal overbodig zijn zoals ‘nu zal ik eens naar je ogen kijken’.  Alsof ik bij haar langskwam voor mijn prostaat.  Meestal vervolgt ze dan met ‘kijk eens naar mijn rechter oorbel’ en even later met ‘en nu eens naar mijn linker’.  Dat is het kantelmoment waar ik steeds zit op te wachten.  Dan moet ik me bedwingen om er niet uit te flappen ‘ik vind ze heel sexy dokter’.  Haar  bengelende attributen brengen mij telkens weer van mijn half volle melk en slaan mijn fantasie op hol, het uitgelezen moment waarop ik haar zou willen toefluisteren ‘pour un flirt avec toi je ferais n’importe quoi’ .  Alhoewel ik er durf om verwedden dat ze haar oorbellen naast zich neerlegt vooraleer ze tot de actie overgaat en dan… is de pret er helaas af voor mij.  Het is mij echt niet te doen om de ‘seks an sich’, maar om haar sexy oorbellen.  Dit is trouwens mijn enige motivatie  om nog bij haar  langs te komen, vermits ze de pijnlijke vernederingen compenseren die ik moet ondergaan”.  Tot hier de voorlaatste zin van mijn cursiefje.

Terwijl ik peinzend rondkijk, valt mijn aandacht op een pretentieuze dame die enkele tafels verder plaatsneemt.  Ze is een beetje mollig en aan de kleine kant en steekt een sigaret op terwijl ze de kaart grondig bestudeert.  Ik schuif mijn zonnebril voor mijn ogen om niet herkend te worden terwijl ik haar bespied.  Haar vertrouwde sexy look lijkt te zijn opgegaan in de rook van haar  sigaret.  In een ogenblik van bewustzijnsverruiming merk ik wat er haar mankeert.  Opgelucht typ ik de laatste zin van mijn column. “De dag dat ik geen oorbellen meer zie bengelen onder haar oren, is de dag dat ik op zoek ga naar een nieuwe oogarts…”.  Ik druk op de toets verzenden, giet het laatste restje zwart naar binnen, groet de mensen en de dingen en rij voldaan terug naar huis…

Johan Devos – 13 mei 2017