Terwijl Vlaanderen opnieuw kreunt onder uitzonderlijke hitte, draaien ventilatoren en airco’s op volle toeren. Ouderen zoeken verkoeling, gezinnen proberen hun woning leefbaar te houden en ouders maken zich zorgen over hun kinderen tijdens steeds warmere zomers.  Wat vroeger uitzonderlijk was, wordt stilaan de nieuwe realiteit.  Hittegolven worden langer, frequenter en intenser. Wetenschappers waarschuwen al jaren dat dit geen tijdelijk fenomeen is, maar een structurele verandering van ons klimaat.  De voorbije weken en maanden werd opnieuw uitgebreid gesproken over de gevolgen van extreme hitte. In televisieprogramma’s, parlementen en beleidsnota’s gaat het terecht over solidariteit, het beschermen van ouderen en kwetsbare groepen, klimaatadaptatie en hitteplannen.
Maar praten alleen zal ons niet beschermen tegen de hittegolven van morgen.  Wie de klimaatprojecties ernstig neemt, weet dat langere en intensere hitteperiodes geen uitzondering meer zullen zijn. Ze worden stilaan het nieuwe normaal.  Dat vraagt meer dan tijdelijke maatregelen of goedbedoelde adviezen.  Het vraagt structurele investeringen in onder meer betaalbare energie, energieopslag, klimaatadaptatie, ontharding, vergroening en een robuuste energie-infrastructuur die bestand is tegen de uitdagingen van de toekomst.
En net op die momenten krijgen veel gezinnen nog een extra klap te verwerken: torenhoge elektriciteitsprijzen.  Op woensdagavond piekte de Belgische stroomprijs zelfs boven de 1.000 euro per megawattuur. Een absoluut record.  Voor veel gezinnen is elektriciteit vandaag geen luxe meer. We verwarmen met warmtepompen, laden elektrische wagens op, koelen onze woningen tijdens hittegolven en koken elektrisch. Elektriciteit is uitgegroeid tot een basisbehoefte.  Dat roept een fundamentele vraag op.  Hoe kan het dat duizenden gezinnen, landbouwers en bedrijven op eigen kosten investeren in zonnepanelen en overdag goedkope, groene stroom produceren, terwijl we ’s avonds opnieuw geconfronteerd worden met extreme elektriciteitsprijzen?
De voorbije jaren namen burgers, landbouwers en bedrijven hun verantwoordelijkheid op. Zij investeerden massaal in zonnepanelen en dragen zo actief bij aan de energietransitie.  Niet iedereen beschikt echter over de financiële mogelijkheden om daarnaast ook nog te investeren in een thuisbatterij.  Voor veel gezinnen ziet de realiteit er vandaag als volgt uit.  Overdag, wanneer de zon volop schijnt en de zonnepanelen op volle kracht elektriciteit produceren, zijn ouders gaan werken en kinderen naar school. Net op het moment dat de productie het hoogst is, staat de woning vaak grotendeels leeg.  De overtollige groene stroom wordt dan op het net geplaatst.  Enkele uren later keert het gezin naar huis terug. Er moet gekookt worden, de wasmachine draait, de woning moet gekoeld worden tijdens een hittegolf en steeds vaker moet ook de elektrische wagen opgeladen worden.  Maar dan is de zon onder.  Op het moment dat gezinnen hun elektriciteit het hardst nodig hebben, moeten zij opnieuw elektriciteit aankopen tegen veel hogere prijzen.
Voor veel mensen voelt dat aan als de omgekeerde wereld.
Maar het probleem ligt niet bij de burger.  De overheid moedigde gezinnen, landbouwers en bedrijven terecht aan om te investeren in hernieuwbare energie. Alleen bleef de uitbouw van grootschalige energieopslag, slimme energienetten en flexibiliteit achter op de razendsnelle groei van zonne-energie.  Nochtans stopt de energietransitie niet bij het plaatsen van zonnepanelen.  Natuurlijk moeten we ook realistisch blijven.  Zelfs met een sterke groei van zonne- en windenergie zullen we de komende jaren nog nood hebben aan voldoende regelbare productie om onze bevoorradingszekerheid te garanderen. Kerncentrales en, waar noodzakelijk, ook een beperkt aantal gascentrales zullen voorlopig een rol blijven spelen in onze energiemix.  Maar die vaststelling mag geen excuus zijn om onvoldoende te investeren in energieopslag.  Integendeel.
Hoe meer groene energie we lokaal kunnen opslaan en gebruiken, hoe minder we afhankelijk worden van fossiele brandstoffen en hoe beter we prijsschommelingen kunnen opvangen.  De energietransitie is geen keuze tussen hernieuwbare energie óf kernenergie. Ze vraagt een doordachte combinatie van hernieuwbare energie, voldoende regelbare productie, energieopslag, slimme netten en flexibiliteit.  Zonder voldoende opslag dreigen we een deel van de goedkope groene stroom die overdag wordt geproduceerd onvoldoende te benutten, terwijl we enkele uren later opnieuw afhankelijk worden van duurdere energieproductie of import.  Daarom is de vraag niet waarom burgers niet massaal investeren in batterijen. De vraag is waarom de overheid onvoldoende investeert in de noodzakelijke randvoorwaarden zodat lokale opslag, energiedelen en slimme energienetten veel sneller uitgerold kunnen worden.  Want als elektriciteit een basisbehoefte is, dan is het ook de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat die energie betaalbaar en toegankelijk blijft voor iedereen.  Misschien moeten we ook lokaal durven nadenken over de toekomst.
Diksmuide is met bijna 150 km² de grootste gemeente van West-Vlaanderen. Onze open ruimte is één van onze grootste troeven en moet maximaal gevrijwaard blijven voor landbouw, natuur en waterbuffering.  Tegelijk blijft onze stad groeien. Vandaag telt Diksmuide meer dan 17.000 inwoners, terwijl dat vijftien jaar geleden nog ongeveer 16.000 inwoners waren.  Die bevolkingsgroei situeert zich bovendien vooral in en rond het stadscentrum, waar de voorbije jaren verschillende nieuwe woonprojecten gerealiseerd werden. Steeds meer mensen wonen dichter bij elkaar en de vraag naar appartementen en compacte woonvormen neemt verder toe.  Net daarom wordt betaalbare en betrouwbare energie een steeds belangrijker thema voor de toekomst van onze stad.  Want een groeiende bevolking betekent ook een stijgende energievraag.  Net daarin schuilt echter ook een kans.
Waar mensen dichter samenleven, ontstaan immers ook nieuwe mogelijkheden voor energiedelen, collectieve opslag, wijkbatterijen en lokale samenwerking. Diksmuide kan er bewust voor kiezen om die groei niet ten koste te laten gaan van onze open ruimte. Integendeel, door verdere verdichting binnen het bestaande stadscentrum en de dorpskernen kunnen we onze waardevolle open ruimte maximaal beschermen voor landbouw, natuur en waterbuffering. Betaalbare energie, kernversterking en het behoud van open ruimte hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ze kunnen elkaar net versterken.  Diksmuide is bovendien bovenal een landbouwgemeente. Onze landbouwers produceren elke dag voedsel voor duizenden gezinnen. Ook zij worden geconfronteerd met stijgende energiekosten voor ventilatie, koeling, irrigatie en moderne bedrijfsvoering.  Ook onze lokale ondernemingen, zelfstandigen en KMO’s voelen de gevolgen van schommelende energieprijzen steeds harder.  Betaalbare energie is dus niet alleen belangrijk voor gezinnen, maar evenzeer voor onze landbouw, onze bedrijven en onze lokale economie.  Misschien moeten we daarom lokaal veel ambitieuzer durven denken.
Waarom zou Diksmuide niet onderzoeken of een lokale energiecoöperatie mogelijk is, waarbij inwoners, landbouwers, bedrijven en de stad samen investeren in energieprojecten?
Waarom zouden we niet maximaal inzetten op zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen, collectieve batterijopslag, energiedelen en lokale energiegemeenschappen?
Als grootste gemeente van West-Vlaanderen qua oppervlakte, met veel open ruimte, een sterke landbouwsector en een groeiend stadscentrum, heeft Diksmuide volgens mij alle troeven in handen om een voorbeeldrol op te nemen op vlak van lokale energie, energiedelen en collectieve opslag.  Het idee van lokale energiegemeenschappen is overigens niet nieuw. Integendeel.  Ook in onze eigen regio bestaan inspirerende voorbeelden. De West-Vlaamse burgercoöperatie BeauVent bewijst al jarenlang dat burgers samen kunnen investeren in hernieuwbare energie en zo meer grip krijgen op hun energiefactuur. Bovendien heeft dit verhaal sterke wortels in Diksmuide. Jarenlang had BeauVent haar zenuwcentrum op de iconische kantoorboot aan de IJzer en de eerste windturbines van de coöperatie draaien nog steeds in Nieuwkapelle.  Ook de Vlaamse burgercoöperatie Ecopower toont al meer dan dertig jaar aan dat inwoners samen kunnen investeren in hernieuwbare energie.  Ook vandaag leveren verschillende landbouwbedrijven in onze regio al een belangrijke bijdrage aan de lokale energieproductie, onder meer via zonnepanelen, vergisting of bestaande windprojecten.  Die lokaal geproduceerde energie verdient het om maximaal ten goede te komen aan onze eigen inwoners, landbouwers en bedrijven.
Net daarom zijn collectieve opslag en wijkbatterijen zo belangrijk. Ze laten toe om overtollige lokaal geproduceerde energie tijdelijk op te slaan en later opnieuw te gebruiken, bijvoorbeeld op momenten waarop de vraag naar elektriciteit hoog is.  Zo versterken we niet alleen onze energieonafhankelijkheid, maar zorgen we er ook voor dat de inspanningen van onze landbouwers en andere producenten maximaal renderen voor onze eigen gemeenschap.
En elders in Europa bestaan eveneens succesvolle voorbeelden van lokale energiegemeenschappen, burgercoöperaties en collectieve energieopslag. In het Duitse dorp Feldheim produceert de gemeenschap al jaren haar eigen energie en in Nederland lopen verschillende projecten rond buurtbatterijen en collectieve opslag.  Wat vandaag in Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Denemarken mogelijk is, moet ook in Diksmuide onderzocht kunnen worden.  De stad hoeft daarbij niet alles zelf te financieren. Maar ze kan wel verbinden, faciliteren en mensen samenbrengen.  Want de energie van morgen zal niet alleen geproduceerd worden door grote energiebedrijven.  Ze zal ook lokaal, door en voor de inwoners, vorm krijgen.
Want één zaak staat vast: de hittegolven van vandaag zijn geen uitzondering meer. Ze zijn een voorsmaakje van de toekomst.  Solidariteit betekent niet alleen tijdens een hittegolf vragen om naar onze buren, ouderen en kwetsbare groepen om te kijken. Solidariteit betekent ook vandaag investeren in structurele oplossingen die ervoor zorgen dat iedereen morgen nog toegang heeft tot betaalbare energie en een leefbare woning.  Wanneer extreme hitte het nieuwe normaal dreigt te worden, mag verkoeling geen privilege zijn voor wie het zich kan veroorloven.  Iedereen heeft recht op een betaalbare, gezonde en leefbare woning. Ook tijdens de warmste dagen van het jaar.
Misschien is het tijd om energie opnieuw te beschouwen als meer dan een product op een internationale markt.  Misschien moeten we energie opnieuw beschouwen als een basisrecht.  Want hoe meer energie we lokaal kunnen produceren, opslaan en delen, hoe minder afhankelijk we worden van internationale prijsschommelingen.  De energie van morgen moet niet alleen groen zijn.  Ze moet ook betaalbaar, betrouwbaar én lokaal verankerd zijn.

Günther Claes – Diksmuide Voorop