Het is lovenswaardig dat de Diksmuidse burgemeester mee denkt over de toekomst van het platteland. Hij en alle andere politici hoeven zich echter geen zorgen meer te maken over de Fermettetaks. Alle regeringspartijen spraken zich uit tegen deze taks en zien er geen heil in als onderdeel van een duurzaam plattelandsbeleid, laat staan als de oplossing voor het behoud van de open ruimte. Ook binnen de oppositie viel het voorstel op koude grond. Dus, of we er nog over discussiëren of niet, het voorstel is dood. Ik denk dat politici andere katten te geselen hebben dan discussiëren over iets dat geen grond meer heeft, dat dood en begraven is.
Voor de duidelijkheid toch nog even terug naar de aanleiding van het debat en eventjes een paar puntjes op de i zetten wat wel belangrijk is, wat wel de keuzes zijn die we moeten maken op het platteland. In een veelbesproken dubbelinterview in De Standaard breekt algemeen directeur van Natuurpunt Noah Janssen een lans voor de visie van Natuurpunt op de open ruimte. Uiteraard hebben we de landbouw nodig, maar tegelijk moeten we ook evolueren naar een Vlaanderen met 30 procent natuur. Dat hoeft niet overal strikt beschermde natuur te zijn, daar kunnen ook andere functies samenkomen door de ruimte te delen. Het debat wordt nu verengd naar een discussie over één instrument dat de Boerenbond naar voren schuift (de zogenaamde ‘fermetteheffing’). Dat kreeg begrijpelijk kritiek van veel mensen op het platteland en is intussen van de baan.
Het echte debat over het platteland zou moeten gaan over hoe we de open ruimte zo inrichten dat elke functie haar rol kan vervullen: landbouw, natuur, maar ook wonen, recreatie en erfgoed. Een kwestie die meer dan ooit acuut is nu veel boeren op de rand van hun pensioen staan en er spijtig genoeg niet altijd opvolging klaarstaat. Zonder duidelijk kader over wat kan en niet kan in de open ruimte die ons nog rest, zijn er alleen maar verliezers: de landbouw, de natuur en het platteland.
Alhoewel de Fermettetaks politiek dood is, wed ik er op dat Jean Marie Dedecker het op het Kiwanis debat niet gaat kunnen laten om hier wat populistische oneliners in het rond te gooien, maar het bovenstaande compleet te negeren. Zo kennen we JM, een oppositiebeest, altijd klaar om de tegenstander met een ippon uit te schakelen, maar ongeschikt om voor het geheel, in deze het platteland, duurzame oplossingen uit te werken. Voor dat laatste heb je beleidsmakers en bruggenbouwers nodig, geen uit de kleren gegroeide straatvechters.
Peter Bossu


