Enkele maanden geleden dienden heel wat buurtbewoners bezwaar in tegen de geplande bouw van twee kippenstallen aan de Galileistraat 10 in Beerst, goed voor ongeveer 84.500 mestkippen.  De vergunning werd uiteindelijk geweigerd. Voor de buurt leek daarmee een einde te komen aan het dossier.
Intussen is echter een nieuwe vergunningsaanvraag ingediend. Op zich is dat het recht van elke aanvrager. Wat wél vragen oproept, is dat de aanvraag nu wordt beoordeeld volgens gewijzigde VLAREM-regels, die inmiddels door de Vlaamse Regering op voorstel van minister Jo Brouns werden aangepast. Daardoor gelden vandaag andere beoordelingscriteria dan bij de vorige aanvraag.
Een van de belangrijkste wijzigingen betreft de minimumafstand tussen een nieuwe intensieve pluimveehouderij en de woonomgeving. Waar vroeger voor een inrichting met deze kenmerken een minimale afstand van 1.000 meter van toepassing kon zijn, kan onder de gewijzigde VLAREM-regels, afhankelijk van de toegekende waarderingspunten, een afstand van 500 meter volstaan.  Daarnaast wordt de inrichting voorgesteld als milieuvriendelijker dankzij technische aanpassingen aan de stallen. Daardoor behaalt het project volgens de aanvrager een hogere waarderingsscore, waardoor eveneens soepelere afstandsregels kunnen gelden. Het is belangrijk dat de vergunningverlenende overheid deze berekeningen grondig controleert en niet louter overneemt.
Los van deze technische wijzigingen blijven voor veel omwonenden dezelfde fundamentele vragen bestaan.  De geplande inrichting blijft een nieuw bedrijf met 84.500 mestkippen, enkel bereikbaar via een smalle landelijke weg. De omgeving is de voorbije jaren sterk geëvolueerd, met onder meer nieuwe woonontwikkelingen, appartementsgebouwen, een kinderdagverblijf en een recreatiezone. Bovendien wil de Stad Diksmuide net werk maken van een noordwestelijke omleidingsweg om zwaar verkeer uit de woonomgeving te weren. De vraag rijst dan ook of een nieuwe intensieve pluimveehouderij op deze locatie nog past binnen een goede ruimtelijke ordening.
Opvallend is dat de nieuwe vergunningsaanvraag tijdens de zomervakantie ter inzage ligt. Het openbaar onderzoek loopt slechts tot 27 juli 2026. Dat is de periode waarin burgers hun opmerkingen of bezwaren kunnen indienen.  Een openbaar onderzoek is geen formaliteit. Het is het moment waarop burgers hun bezorgdheden kenbaar kunnen maken en waarop de vergunningverlenende overheid verplicht is die inhoudelijk te beoordelen. Wie meent dat dit project gevolgen kan hebben voor de leefomgeving, de mobiliteit of de ruimtelijke ontwikkeling van Diksmuide, heeft nog tot 27 juli 2026 de mogelijkheid een gemotiveerd bezwaar in te dienen op adres Heernisse 1 Diksmuide (industrieterrein).

Wilfried Verheecke
Diksmuide