steun de winkeliers, hansdelaars en bedrijven in Diksmuide

Vandamme Frank Carpos Matuvu Nollet Matrassenhuis Saint_Germain Delhaize Cornelis_uitvaartzorg Pere et mere Bourgondisch_Schild ERA_Vandenbussche Dezwarte Cornelis_uitvaartzorg Pere et mere Nachtraaf Rein.be Rein Lobbestael Diksmuide Dezwarte Cornelis_uitvaartzorg Cornelis_uitvaartzorg

Mia (met een knipoog naar Gorki)

Mia (met een knipoog naar Gorki)

Het was precies zoals de weervrouw het had voorspeld.  Reeds enkele dagen moesten  alle vorige warmterecords er een voor een aan  geloven.  Binnenblijven was de boodschap, tenzij je ergens een plekje in de luwte kon bemachtigen.  Omstreeks drie uur in de namiddag had ik een zeldzaam zitje veroverd op het buitenterras van ’Hotel de Vrede’.  Alle klanten leken verdwaasd door de aanhoudende hitte en zaten stilzwijgend voor zich uit te staren.  Alexander – de jonge waard des huizes –  bracht mij een warme choco, alhoewel ik niets had besteld.   ‘Dit is er eentje van het huis’,  zei hij.  Toen viel het mij op dat iedereen, man of vrouw, jong of oud, warme choco aan het slobberen was.  Het ganse tafereel leek zo onaards dat ik me ernstig afvroeg of ik  een dezer dagen een zonneslag had opgelopen. Terwijl ik aan het dagdromen was had ik de jonge vrouw niet opgemerkt die plotseling aan mijn linkerzijde stond en vroeg of ze naast mij mocht plaatsnemen, de enige vrije plaats op het schaduwrijk terras.  Ik knikte instemmend en lachte haar ietwat verlegen  toe.  De dame in kwestie was groot en slank en helemaal in het wit.  Haar lange goudblonde haren liet ze op haar smalle schouders rusten.  ‘ Mijn naam is Mia’, fluisterde ze  en vroeg vervolgens hoe ik heette.  ‘Han’, antwoordde ik ‘Jo Han om precies te zijn.’  ‘Klinkt een beetje Chinees voor mij’, zei de vreemde dame in maagdelijk wit en zette meteen de toon voor een lange conversatie.  Toen ik op het punt stond het gesprek af te ronden vroeg ze mij op de man af ‘kan jij nog dromen Jo Han?’  Er ging een koude rilling door me heen toen ze mijn naam uitsprak.  Nooit eerder had een vrouwelijk wezen mij op die manier aangesproken.  Ik hoopte dat het aan haar voorbijging dat ik lichtjes bloosde.  ‘In geen enkel geval’, herpakte ik mij, ‘dat soort dromen durf ik  helaas niet  meer te dromen in deze keiharde, niets en niemand ontziende wereld waar er geen enkele plaats meer is voor dromers en romantici zoals ik.  Daarenboven moet ik binnenkort voor eeuwig en altijd afscheid nemen van een goeie vriend en zielsverwant en dat valt mij uiterst zwaar.’  ‘Ik heb serieus met jou te doen, Jo Han’, probeerde Mia mij te troosten, “maar hoe dan ook mogen wij het dromen nooit of te nimmer opgeven, in welke situaties we ook verzeild geraken.’  Voor mij was het zonneklaar, Mia had het Licht gezien. ‘Laten we er eentje op drinken’, stelde ik haar voor  ‘en vertel me ondertussen  alles wat je weet over… het Licht.’

 ‘Wie is die Mia eigenlijk’, vroeg mijn vrouw terwijl ze mij met de allergrootste moeite wakker probeerde te schudden.  ‘De vrouw van mijn dromen, in de letterlijke zin van het woord’ zuchtte ik, nog enigszins versuft van die uiterst vreemde droom.  ‘Straks tijdens het ontbijt wil ik er alles over horen’, benadrukte zij  ‘Van A tot bijna Z’ beloofde ik haar heel plechtig.  Over die ‘coup de foudre’ die ik kreeg toen Mia mijn naam uitsprak zou ik misschien wel beter zwijgen als vermoord..   ‘Maar hoe zie je er uit’, riep mijn echtgenote toen ik beneden kwam voor het ontbijt, blijkbaar  heb je de laatste dagen alle waarschuwingen van de weervrouw in de wind geslagen en veel te lang in de verschroeiende hitte  rondgelopen zonder enige bescherming tegen het verraderlijke zonlicht.  Als je het mij vraagt heb je een ferme zonnesteek opgelopen of een slag van de molen gekregen, vandaar je vreemde droom van vannacht.’

Toen ik enkele dagen nadien langs ’Hotel de Vrede’ passeerde kwam Alexander naar me toe en zei ‘à propos kameraad, die wondermooie dame in het wit die recentelijk naast jou zat op het terras heeft een enveloppe achtergelaten te uwer attentie. Totaal van de kaart opende ik de briefomslag, nam het kaartje er uit en las: Dankjewel  Jo Han voor de vertrouwelijke babbel.  Ik hoop van harte dat je mettertijd opnieuw zal kunnen dromen. Tussen haakjes: het traktaat dat je mij had beloofd heb ik met veel plezier zelf betaald, gezien je van het ene op het andere moment uit mijn leven was verdwenen.   Het ga je verder goed Jo Han en wellicht …tot nooit meer…

Johan Devos – 8 september 2018


 

De lotgevallen van Leo en Lea

De lotgevallen van Leo en Lea

Leo en Lea, twee uiterst flinke lammetjes, die momenteel nog vrij en vrolijk rondhuppelen op een weide van ‘Water en Vuur’, renden om het hardst tot bij mij, alhoewel ik enkel en alleen naar Leo riep.  Dit schilderachtige tafereel deed zich onlangs voor op de site van de voormalige Broederschool in Diksmuide. Geruchten doen echter de ronde dat Leo en Lea – broertje lam en zusje lam, telgen van een voornaam en gerespecteerd schapengeslacht – wellicht heel binnenkort voor eeuwig en altijd van elkaar gescheiden zouden zijn.  Het komt er in feite op neer dat één van de twee lammetjes op zijn of haar laatste pootjes aan het rondhuppelen is.

Of de lammetjes in kwestie zelf beseffen dat het zwaard van Damocles boven één van hun onschuldige kopjes  hangt en hen bijgevolg  van schrik zou kunnen ‘verlammen’, is een reuzegroot vraagteken.  Om hen nooit of nimmer te vergeten heb ik in bovengenoemde schapenweide een prachtige selfie gemaakt met links van mij de  naïeve Leo en aan mijn rechterzijde de lieftallige nietsvermoedende Lea.  Was ik op heden betalend lid van ‘Le front de libération des animaux’ dan zou de drang zeer groot zijn om het  met hun leven bedreigde tweetal, stante pede uit hun netelige situatie te bevrijden en naar veiliger oorden over te brengen.  Maar aangezien ik jammer genoeg geen lid ben van deze mega leuke organisatie sta ik volkomen machteloos en een reddingsoperatie opzetten in mijn dooie eentje zie ik hoegenaamd niet zitten.Het gevoel van onmacht zal mij wellicht nog heel wat parten spelen in de eerstkomende weken.  De apotheose van het dodelijk spektakel ligt trouwens niet zover meer van ons af.  Met het draaien van de thriller ‘The silence of the lambs’, een film uit1991 naar het boek van Thomas Harris: ‘De schreeuw van het lam’, doen de organisatoren van ‘Stad zonder Stroom’ een poging om de spanning tot het uiterste te drijven.  Daarenboven leggen ze de uiteindelijke beslissing  om één van de lammeren een kopje kleiner te maken  in handen van het volk.  Het zoveelste bewijs dat           L’ histoire se répète, want ongeveer tweeduizend jaar geleden deed zich precies hetzelfde scenario voor in Jeruzalem. Toen liet Pontius Pilatus het volk kiezen tussen Jezus van Nazareth en de gevreesde Barabbas en zoals dat nogal dikwijls gaat in een verkiezingsstrijd stemde het volk voor …de verkeerde persoon. Bijgevolg werd Jezus, zoon van een eenvoudige timmerman, zo onschuldig als een lam, ongenadig aan het kruis gespijkerd in Golgotha, een plaats eventjes buiten de muren van de stad. ‘Geluk bij een ongeluk”, zouden flauwe grappenmakers zeggen, ‘dat Jezus zijn kop heeft kunnen houden, want verrijzen zonder hoofd zou nogal horror zijn’. 

Ondertussen bereidt Diksmuide zich angstvallig voor op …de schreeuw van het lam.  Pas op woensdag 22 augustus zullen de bezoekers van het zomerrestaurant Stroomloos, gelegen op de bloemenweide van de oude Broederschool, beslissen wiens kopje er moet rollen, dat van Leo of dat van Lea. Tenzij het gezond verstand alsnog de bovenhand zou halen en men zou opteren voor een ‘lamloze’ maaltijd  Op die manier zou onze boterstad geschiedenis kunnen schrijven net zoals onze dappere Rode Duivels onlangs in Kazan.  Het zal dus nog enkele weken nagelbijten zijn vooraleer Diksmuide  het resultaat van de volksstemming zal kennen. Laten wij in afwachting met zijn allen duimen voor de ietwat naïeve Leo en de lieftallige nietsvermoedende Lea. Met alle duimen waarover we momenteel nog beschikken…

Johan Devos – 13 juli 2018


 

Met stomheid geslagen

Met stomheid geslagen

Tijdens de laatste winterkoopjes kocht ik een twijfelaar in het overbekende Matrassenhuis van onze teergeliefde boterstad, met het verrassende gevolg dat ik sindsdien ben gaan twijfelen aan God en aan klein Pierke.  Maar in eerste instantie aan mezelf.  Tenzij de kritische mail die ik op het hoogfeest van Pinksteren van een ontevreden lezer in de bus kreeg, daar eveneens voor iets tussen zit. Kritiek weliswaar op de inhoud en de stijl van mijn maandelijkse cursiefjes.  Dat ik tuk ben op woordspelingen die veelal niet ter zake doen.  Dat ik vervolgens overvloedig fantaseer over onbenullige dingen en er bovendien voornamelijk op uit ben om ‘gedurfd’ geestig te zijn.  Dat ik tenslotte bij momenten ver over de schreef ga en mij bezondig aan veel te lange nietszeggende zinnen. Uitgerekend op het feest van de vurige tongen werd ik met stomheid geslagen Bijgevolg maakte de twijfel zich meer en meer meester over mij.  Twijfel onder andere of het een meerwaarde betekent voor mijn vrouw dat ze met mij is  getrouwd en niet met haar eerste lief, een zuiplap van formaat en een verschrikkelijke egoïst.  Eertijds had ik de gewoonte om mij tot God te wenden als ik verlamd werd door angst en twijfel.  Vandaag ben ik vergeten waar ik Hem kan vinden, ogenschijnlijk omdat ik Hem geen vaste plaats geef in mijn leven.  “ Als je wil hebben dat je je  spullen onmiddellijk terugvindt, moet je die steeds op dezelfde plaats leggen”, zei mijn mama indertijd toen ik vergeefs op zoek was naar mijn schoolattributen.  Heb ik  niet gedaan met God.  ‘Je kan Hem nochtans herkennen in de minsten van de Zijnen’, predikte deken Wilfried kortelings vanop zijn symbolisch spreekgestoelte in de kerk van Diksmuide City,  Deken Wilfried heeft Gods wijsheid  in pacht  ontvangen op de dag van zijn priesterwijding en ikzelf de angst en de twijfel op de dag van daag. Recentelijk werd ik door God  ernstig op de proef gesteld toen ik danig  in de mot kreeg dat er ene van de minsten van de Zijnen wezenloos zat voor zich uit te staren op  een terras recht tegenover dat van ‘Bistro de Mane’, waar ik een koffie van branderij Jacques aan het nuttigen was.  De man in kwestie leek doodongelukkig en ook een heel klein beetje dronken.  Dankzij deken Wilfried herkende ik onmiddellijk God in hem.  Om de een of andere reden werd hem een volgende pint geweigerd waarop hij moeizaam naar zijn gammele fiets stapte en zigzaggend de weg opreed.  Misschien wel de weg naar nergens.  Ik was even  te laat om mij over de minste van de Zijnen te ontfermen en dit met spijt in het hart omdat ik een hemelse schrik heb van zielenpoten die zigzaggend over de straten rijden, zelfs al zijn ze God.  Het is zo al gevaarlijk genoeg voor de zwakke weggebruiker in onze ‘Stad aan de IJzer.’

De vraag die mij intens bezighoudt is hoe de redactie van ediksmuide zal reageren  op de vernietigende mail van bovengenoemde kritische lezer.  Tijdens de grote vakantie zal ik allicht  te weten komen of  mijn contract van columnist al dan niet verlengd zal worden.  Als dit niet zo is hebben jullie – mijn allerliefste trouwe lezers – de laatste woorden  van mij gelezen.  Woorden van geluk omdat ik u allen heb mogen ambeteren met mijn soms wel heel bizarre hersenkronkels maar ook woorden van verdriet om het afscheid dat er eventueel zit aan te komen. Hopelijk staan er dan mensen klaar om mij op te vangen en te troosten.  Medemensen die in mij een glimp van een vertwijfelde God ontwaren  die de ellende van de wereld niet langer in de ogen durft te kijken en zijn toevlucht zoekt tot enkele frisse pinten Belgisch bier om de weg der eenzaamheid psychologisch aan te kunnen.. Misschien wel een weg die leidt naar nergens. Wat ben ik blij dat ik God niet ben en hoogstwaarschijnlijk nooit zal worden.  Dat is een van de weinige zekerheden die mij vandaag nog resten…

Johan Devos – 9 juni 2018


 

Meer Berichten Laden
Ga naar de bovenkant