Op zaterdag 2 maart organiseert de Diksmuidse Freundschaftsblaskapelle, in de volksmond gemeenzaam De Tirolers genoemd, een breugelkaarting.  Daarmee wil ze de verbroedering met de Spielmannzug uit het Duitse Finnentrop financieren.  Dit jaar wordt overigens de 50ste verjaardag gevierd van de verbroedering met het Duitse Finnentrop.  Dit gebeurt in Duitsland tijdens een hiervoor verlengd weekend van vrijdag 30 augustus tot en metmet maan 3 september.   Met de opbrengst van de kaarting wil men alvast de verplaatsing naar Finnentrop financieren, naast een tussenkomst in het logement van de deelnemende muzikanten.

De Freundschaftsblaskapelle, die op vandaag nog steeds een 20-tal muzikanten telt, voorziet er optredens op zaterdag 31 augustus en zondag 1 september.  Overigens is het bezoek van de Diksmuidse muzikanten niet uitzonderlijk, dit gebeurt tweejaarlijks.  Het ene jaar komen de Finnentroppers naar Diksmuide, het andere trekken de Diksmuidelingen naar Duitsland.  En ze zijn er, ook na 50 jaar, nog steeds welgekomen gasten.  Ze brengen ook daar hun vaste repertoire, dat ze ook hier spelen op oberbayernavonden, avondmarkten en rommelmarkten.  Dit gebeurt op vandaag onder leiding van kapelmeister-dirigent Willy Bruneel uit Dikkebus.  Hij treedt hiermee in de voetsporen van de eerste dirigent en in 1959 medestichter van de Diksmuidse blaskapelle, Diksmuids ere-burgemeester Hendrik Laridon.
Wie de Freundschaftsblaskapelle een steuntje wil geven, is op zaterdag 2 maart vanaf 15 uur welkom op de Breughelkaarting in zaal Zonnestraal aan de Woumenweg.  Parkeren kan op de parking aan de Joe Englishstraat.  Kaarten kosten 1,5 euro en zijn verkrijgbaar bij de muzikanten van de Blaskapelle maar ook ter plaatse. (DLD)

Op de jongste gemeenteraad vroeg N-VA-raadslid Koen Coupillie opnieuw om het standbeeld van Generaal Jacques dat op de Grote Markt staat, te verplaatsen naar een andere plaats.  Volgens de Esenaar bleek reeds tijdens de participatiemomenten rond de heraanleg van de Grote Markt dat het standbeeld voor veel Diksmuidelingen een doorn in het oog is.  Maar schepen Jan Van Acker (Idee Diksmuide), die in zijn vorig oppositieleven nog zijn ongenoegen had geuit over het feit dat de diensten van Onroerend Erfgoed optraden als beschermheer van het monument, wil nu wel gaan praten met deze diensten om het standbeeld van de lijst van beschermde monumenten te schrappen.  Maar maandagavond stelde schepen Jan Van Acker wel dat het monument op zich esthetisch wel waardevol is, ook al zijn er twijfels over de ethiek van de generaal.  Hij vreesde dan ook dat zonder de opheffing van de bescherming er geen mogelijkheid zal zijn om het standbeeld weg te doen of te verplaatsen.  Teveel voor iemand uit het publiek die meteen luidkeels de schepen de huid vol schold waarop hij meteen de deur van de raadzaal werd gewezen door voorzitter Katleen Winne.  Ook al kon niemand deze actie goedkeuren, ook de aanbrenger van het punt Koen Coupillie niet al was dit pas na aandringen van schepen Deprez (Idee Diksmuide), toch toont het aan dat het standbeeld van de generaal op de Grote Markt nog steeds voor beroering zorgt.

De eis van een werkgroep van de Verenigde Naties dat België zijn excuses voor zijn koloniaal verleden zou aanbieden en de vraag die hieraan gekoppeld werd waarom in België nog zoveel beelden van Leopold II te zien zijn, was voor het N-VA-raadslid aanleiding om de vraag om het standbeeld van Generaal Jacques te verplaatsen, opnieuw naar de raadzaal te brengen.  Volgens Koen Coupillie kan over de rol van de generaal in de voormalige kolonie niet gediscussieerd worden.  Hij verwees daarbij naar het boek  “Alphonse Jacques de Dixmude, een historische interpretatie van een omstreden figuur” van Marjan Dewulf en André Gysel dat in 2016 verscheen. Daarin is volgens het raadslid vermeld dat Alphonse Jacques niet aan de juiste kant van de geschiedenis stond met zijn acties in Congo.  Maar bij de voorstelling stelde auteur Marjan Dewulf wel dat het boek allereerst een poging moest zijn om de feiten van de fictie te scheiden.  In het deel dat de passage van Alphonse Jacques in Congo belicht, schetst Marjan Dewulf wel een beeld van een man in een spreidstand tussen zijn strijd tegen de Arabische slavenhandelaars enerzijds en de economisch banden die zijn broodheren hadden met de Arabieren anderzijds. Dat beeld staat volgens haar dan ook in groot contrast met het beeld dat van de man op vandaag wordt opgehangen als wrede rubberambtenaar die steevast gelinkt wordt aan een enkele zin uit één van zijn brieven.  Maar dat hij de lokale bevolking gebruikte als goedkope werkkrachten moet voor auteur Marjan Dewulf verder ook in zijn tijdsgeest geplaatst worden.  Wat toen normaal is, is op vandaag choquerend, zo stelde ze bij de voorstelling van het boek.

Maandagavond vroeg raadslid Koen Coupillie dan ook dat, naast de schrapping van de bescherming en de verplaatsing van het beeld, er zo snel mogelijk een bord met duiding over het verleden van Alphonse Jacques zou komen bij het monument.  Hiermee zou Diksmuide alvast afstand kunnen nemen van de misdaden van het Belgisch koningshuis en hun vertegenwoordigers als Generaal Jacques.  Raadslid Kurt Vanlerberghe (SP.a-open) herinnerde zich uit zijn vorig schepenleven dat de diensten van Onroerend Erfgoed alvast achter het idee van een historisch toelichtend bordje konden staan.  Schepen Jan Van Acker maakte tenslotte nog de bedenking dat een dergelijk bord er niet mag toe leiden dat van het standbeeld een schandpaal wordt gemaakt. (DLD)